15 July 2026

Minister Patrick Brunings van Olie, Gas en Milieu staat aan het hoofd van een ministerie waarvan velen zich nog altijd afvragen wat de exacte taken en bevoegdheden zijn. Daardoor ontstaat de indruk dat het ministerie eerder is opgericht om politieke functies te verdelen dan vanuit een duidelijke bestuurlijke noodzaak.

Olie en gas behoren tot de natuurlijke hulpbronnen, terwijl de voorbereiding op de olie-industrie via local content, opleidingen en trainingen grotendeels onder de ministeries van Economische Zaken en Onderwijs valt. Hierdoor blijft onduidelijk welke concrete verantwoordelijkheden het ministerie van Olie, Gas en Milieu zelf heeft.

Tijdens de begrotingsbehandeling kreeg vooral het onderdeel Milieu kritiek, omdat daarvoor nog altijd geen wettelijke grondslag of statuten bestaan. Dat roept de vraag op hoe serieus het milieubeleid kan worden uitgevoerd zolang het departement juridisch niet volledig is geregeld. Er werd aangegeven dat het staatsbesluit hiervoor binnenkort komt.

Tegelijkertijd blijven urgente milieuproblemen aandacht vragen. Milieuvervuiling door goudwinning, ontbossing en de aantasting van ecosystemen zorgen nog steeds voor zorgen. De recente massale vissterfte door vervuiling van het water van de Saramaccarivier heeft opnieuw duidelijk gemaakt welke gevolgen milieuschade kan hebben voor gemeenschappen en de natuur.

Ook problemen zoals verstopte trenzen en afwateringssystemen door vuil, plasticflessen en plasticzakken zorgen voor overlast en mogelijke gezondheidsrisico’s. De gevolgen van vervuiling raken niet alleen de biodiversiteit, maar ook het levensonderhoud van mensen die afhankelijk zijn van natuurlijke hulpbronnen.

Juist een ministerie dat Milieu in zijn naam draagt, zou zich hierover duidelijk moeten uitspreken en zichtbaar moeten optreden. Vooralsnog blijven concrete acties echter beperkt.

Er is daarnaast veel gesproken over carbon credits, maar de vraag blijft wanneer de inkomsten daadwerkelijk binnenkomen. Zonder een sterk milieubeleid blijft het onzeker hoe Suriname zijn bossen kan beschermen en tegelijkertijd inkomsten kan genereren uit de verkoop van carbon credits.

Ook rijst de vraag hoe minister Brunings de komende jaren beoordeeld zal worden. De eerste olieproductie wordt pas rond 2028 verwacht. Betekent dit dat het ministerie zich voorlopig vooral richt op conferenties, overleg en strategieën richting 2028, of mogen burgers nu al tastbare resultaten verwachten?

Brunings maakt niet de indruk iemand te zijn die politieke of diplomatieke praatjes verkoopt en lijkt bereid om te werken. Dat verdient waardering. Tegelijkertijd ontbreekt het zijn ministerie nog aan een duidelijke taakafbakening, een solide wettelijke basis voor het milieubeleid en zichtbare resultaten.

Daarom krijgt de minister vooralsnog een 5: niet zozeer vanwege zijn inzet, maar omdat nog onduidelijk is welke concrete bevoegdheden zijn ministerie heeft, wat de meerwaarde ervan is en welke resultaten de samenleving ervan mag verwachten.

Author

Share.

Comments are closed.

Exit mobile version