President Irfaan Ali ligt onder vuur na beschuldigingen over een groot landbouwperceel en een luxe landgoed langs de Soesdyke-Linden Highway. Documenten die zijn gepubliceerd, zouden aantonen dat twee percelen staatsgrond via een leaseconstructie aan Mohamed Ali zijn uitgegeven.
Uit de documenten blijkt dat toenmalig president Bharrat Jagdeo namens de staat Guyana als “lessor” twee percelen grond verhuurde aan Mohamed Ali, geregistreerd als “lessee”. De percelen bevinden zich aan de westzijde van de Soesdyke-Linden Highway, aan de linkerzijde van de Haimaruni River (ook bekend als Long Creek), in het graafschap Demerara. Het gaat om percelen van respectievelijk 9,733 en 10,605 acres, samen 20,338 acres. De lease werd uitgegeven op basis van Section 3(b) van de State Lands Act, Chapter 62:01, en is geregistreerd onder File No. 411123/688 (Lease No. A 23480).
De PNCR/APNU-coalitie heeft president Irfaan Ali opgeroepen duidelijkheid te verschaffen over de vraag of hij nog steeds de uiteindelijke eigenaar is van deze landbouwgronden. Volgens de oppositie wijzen berichten erop dat de lease en daaropvolgende constructies naar schatting jaarlijks 25 miljoen dollar zouden opleveren. De partij vraagt zich af hoe deze betalingen worden gefinancierd in verhouding tot de door de president opgegeven inkomstenbronnen.
De coalitie stelt dat Ali als president van de Coöperatieve Republiek Guyana een verantwoordelijkheid heeft tegenover de bevolking en de hoogste normen van transparantie en verantwoording moet naleven. Daarom wordt gevraagd om onmiddellijke openbaarmaking van zijn inkomsten, bezittingen en schulden.
Ook oppositieleider Azruddin Mohamed heeft kritiek geuit en het aftreden van president Ali geëist. Volgens Mohamed is de oorspronkelijke lease van 20 acres uitgegroeid tot een privé-luxeranch van ongeveer 150 acres bij Long Creek, met een geschatte marktwaarde van meer dan 5 miljard dollar. Hij plaatste deze waarde tegenover het officiële maandsalaris van Ali als publieke ambtenaar van 3,7 miljoen dollar. Mohamed zei dat Ali zijn hele leven ambtenaar is geweest en beweerde dat de miljardenontwikkeling binnen drie jaar na zijn aantreden in 2020 tot stand kwam, terwijl volgens hem 60 procent van de Guyanezen in armoede leeft.
Transparency International Guyana (TI Guyana) heeft zich eveneens in de kwestie gemengd en spreekt van ernstige zorgen over de Long Creek-faciliteit. De organisatie stelt dat de beschuldigingen vragen oproepen over mogelijke belangenconflicten, misbruik van publieke middelen en mogelijke schendingen van de Public Integrity Act. Volgens TI Guyana kan de kwestie het vertrouwen van internationale investeerders in het regelgevingsklimaat van Guyana schaden.
TI Guyana heeft aangekondigd het onderzoek over te dragen aan externe partijen om volledige onafhankelijkheid te waarborgen. De organisatie nodigt andere Transparency International-afdelingen en onafhankelijke experts uit om het onderzoek te leiden. De lokale afdeling zal slechts een ondersteunende rol vervullen en lokale context bieden. Het onderzoek moet onder meer nagaan of publieke middelen zijn gebruikt voor persoonlijk voordeel en of is voldaan aan de regels voor publieke integriteit.
Vanuit de regering is geprobeerd de ontstane controverse te relativeren. Landbouwminister Zulfikar Mustapha stelde dat vermogensverklaringen worden behandeld door de bevoegde instanties. Hij zei dat personen die hun bezittingen en financiële gegevens bij de Integrity Commission hebben aangegeven niets te verbergen hebben en dat de president open en transparant is.
President Ali verdedigde zich eveneens via een verklaring op zijn officiële Facebookpagina. Hij stelde dat hij, zoals wettelijk vereist, de juiste verklaringen heeft afgelegd bij de Integrity Commission. Volgens hem kunnen de aankoop van zijn bezittingen en de bronnen van de gebruikte middelen worden gecontroleerd via financiële en wettelijke documenten.
Juridische deskundigen wijzen echter op de geheimhoudingsplicht binnen de Integrity Commission Act, CAP 26:01. De commissie mag de inhoud van verklaringen of beoordelingen niet openbaar maken. Hierdoor blijven de vermogensgegevens van de president afgeschermd voor het publiek en journalisten.
TI Guyana waarschuwt daarom tegen verdere onduidelijkheid en stelt dat de beschikbare documenten voldoende aanleiding geven voor een volledig en onafhankelijk onderzoek.
