Het Openbaar Ministerie (OM) heeft aan de Nationale Assemblee (DNA) gevraagd om de ex-minister van Binnenlandse Zaken, Bronto Somohardjo, in staat van beschuldiging te stellen. Uit de ingediende stukken bij de DNA blijkt dat er tijdens een lopend strafrechtelijk onderzoek een consistent en alarmerend beeld naar voren is gekomen over de periode 2020 tot 2024/2025. Het onderzoek, dat inmiddels uit twee deelonderzoeken bestaat, wijst op een mogelijk stelselmatig en georganiseerd systeem van corruptie, fraude en machtsmisbruik binnen het Ministerie van Binnenlandse Zaken (BIZA). Uit de documenten van het OM blijkt dat de BIZA-directeur Eskak heeft verklaard de voormalige minister Bronto Somohardjo herhaaldelijk op de genoemde misstanden te hebben gewezen, maar Somohardjo bleef deze praktijken faciliteren en autoriseren.
Een van de kernpunten volgens het OM is het inzetten van personeel, materieel en financiële middelen van het ministerie voor de partijpolitieke en privébelangen van de politieke partij Pertjajah Luhur (PL) en de familie Somohardjo.
Bronto Somohardjo, als politiek eindverantwoordelijke en dagelijks leider van het ministerie, zou niet alleen op de hoogte zijn geweest van deze praktijken, maar tevens de centrale, sturende en begunstigde figuur daarin. Zijn handelen is volgens het OM mogelijk in strijd met wettelijke voorschriften en de beginselen van behoorlijk bestuur.
Feitelijke grondslag van de beschuldiging
Structureel inzetten van overheidsmiddelen voor partijpolitieke en privédoeleinden
Het onderzoek toont aan dat Somohardjo als minister opdrachten heeft gegeven tot en gebruik heeft gemaakt van ambtenaren en staatseigendommen voor doeleinden buiten het ministerie.
Directe opdrachtgever voor partijwerk: Uit WhatsApp-communicatie en getuigenverklaringen blijkt dat Somohardjo rechtstreeks instructies gaf aan het hoofd van de bewakingsdienst voor de inzet van BIZA-personeel bij politieke activiteiten van de PL. Dit betrof bijeenkomsten op locaties zoals het PL-partijcentrum, Mariënburg en het Onafhankelijkheidsplein. Daarnaast werd BIZA-personeel ingezet voor bouw- en renovatiewerkzaamheden in het partijcentrum van de PL.
Persoonlijke en familiebevoordeling: Somohardjo gaf eveneens opdracht om ambtenaren van de technische dienst van BIZA in te zetten voor renovatie- en schoonmaakwerkzaamheden bij de PLUS TO GO-supermarkt, eigendom van hem en zijn echtgenote. Ook zorgde hij ervoor dat BIZA-personeel zijn persoonlijke bewaking verzorgde en objecten van een partner van hem beveiligde.
Misbruik van staatsmaterieel: Voor de privé- en partijwerkzaamheden werden voertuigen, tenten, steigers en gereedschappen van het ministerie gebruikt. Zo werd een vrachtwagen van BIZA ingezet om puin van de supermarkt van Somohardjo af te voeren.
Frauduleuze financiering: De salarissen en overuren van de ambtenaren, die voor deze particuliere doeleinden werden ingezet, werden onrechtmatig ten laste van de staatskas gebracht via vermoedelijk valse overwerkstaten. Hierop werden de werkzaamheden verzwegen en als algemeen overwerk ten behoeve van het ministerie omschreven. Somohardjo plaatste als minister zijn paraaf op de verzamelstaten van deze mogelijk frauduleuze uitgaven, terwijl hij wist dat het om partijpolitiek en privéwerk ging. De directeur van BIZA, Eskak N., verklaarde de minister herhaaldelijk op de hoogte te hebben gebracht, maar Somohardjo bleef deze praktijken faciliteren en autoriseren.
Het verzoek van het OM aan de DNA voor een staat van beschuldiging markeert een belangrijke stap in dit lopende onderzoek, dat het functioneren van een voormalig minister en de integriteit van het ministerie zwaar onder de loep legt.
