Een historisch begin met hoge verwachtingen
Vandaag is het precies één jaar geleden dat Jennifer Simons werd geïnstalleerd als president, samen met Gregory Rusland als vicepresident en vijftien ministers en drie onderministers. Twee ministers werden later geïnstalleerd, waardoor het kabinet uiteindelijk uit zeventien ministers en drie onderministers bestaat.
Het was een historisch moment voor Suriname: voor het eerst kreeg het land een vrouwelijke president. Tegelijkertijd waren de verwachtingen groot. Suriname staat op een kruispunt van ingrijpende veranderingen, met de verwachte intrede van de olie- en gassector in 2028. De vraag is of de regering voldoende is voorbereid op deze ontwikkelingen en of Simons erin is geslaagd daadwerkelijk invulling te geven aan de veelbelovende verkiezingsslogan “Kenki a systeem”.
Coalitie met spanningen?
Binnen de coalitie lijkt niet altijd volledige eensgezindheid te bestaan. Dat was onder meer zichtbaar tijdens stemmingen in De Nationale Assemblee, zoals bij de besluiten rond de in staat van beschuldigingstelling van drie gewezen ministers.
Ook opvallende uitspraken van coalitiepartner Ronnie Brunswijk, waarin hij aangaf niet verantwoordelijk te zijn voor het gevoerde beleid, riepen vragen op. De vraag blijft daarom of er daadwerkelijk spanningen binnen de coalitie bestaan en of deze invloed hebben op de besluitvorming en de slagkracht van de regering.
Uitbreiding van het overheidsapparaat
Het eerste dat opviel, was de uitbreiding van het aantal ministers en onderministers. Dat betekent ook hogere uitgaven voor de staat. Daarnaast werd het aantal districtscommissarissen uitgebreid van achttien naar eenentwintig. Dit werd gepresenteerd als decentralisatie, maar betekent eveneens meer functionarissen. In Nickerie ontstond hierdoor lange tijd onduidelijkheid over wie daadwerkelijk de districtscommissaris was.
Commissies, werkgroepen en politieke benoemingen
Ook het beleid rond commissies en werkgroepen lijkt grotendeels te zijn voortgezet. Voor uiteenlopende beleidsterreinen werden opnieuw werkgroepen en commissies ingesteld. Hierdoor bekleden sommige functionarissen meerdere functies tegelijk en blijft onduidelijk welke werkgroepen worden betaald en welke niet. Dat voedt al snel het vermoeden dat dezelfde personen meerdere functies én meerdere vergoedingen ontvangen.
Ook de benoemingen van nieuwe raden van bestuur en raden van toezicht gingen gepaard met kritiek. Er leefde de verwachting dat functies via open sollicitaties zouden worden ingevuld, maar de politieke benoemingen lijken te zijn voortgezet. Coalitiepartijen dragen nog steeds kandidaten voor, iets wat ook door de minister van Transport, Communicatie en Toerisme is bevestigd.
Binnen korte tijd ontstonden bovendien berichten over vermeende onregelmatigheden bij verschillende raden, waaronder bij Canawaima en TAS. Bij Canawaima werd de volledige raad na enkele maanden vervangen. Dat roept vragen op over de screening en de benoemingsprocedure van de regering.
Ook bij pas benoemde directieleden kwamen al snel problemen aan het licht. Bij het SZF werd de directeur op non-actief gesteld en een onderzoek ingesteld. De directeur van de Melkcentrale werd gevraagd af te treden. Al deze ontwikkelingen binnen korte tijd roepen serieuze vragen op over goed bestuur, integriteit en de selectieprocedures van de regering.
Ministers onder druk
Ook het optreden van verschillende ministers verliep niet altijd vlot. De regering moest herhaaldelijk ingrijpen.
In het onderwijs waren er acties van onderwijsbonden op verschillende niveaus en bestaat nog steeds een groot tekort aan leerkrachten. In de gezondheidszorg was er kritiek op de aanpak van chikungunya, kwamen toelagen vaker laat en blijven problemen bij het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (AZP) bestaan.
Bij Transport, Communicatie en Toerisme is het probleem met de luchtverkeersleiders nog altijd niet opgelost, waardoor de luchthaven regelmatig met onbemande verkeerstorens zat. Daarnaast staakten bushouders vanwege uitblijvende betalingen.
Sociaal beleid: veel verwachtingen, beperkte resultaten
De start van het woningbouwprogramma is positief. Tegelijkertijd blijft de vraag hoeveel kwetsbare woningzoekenden daadwerkelijk aan de gestelde voorwaarden kunnen voldoen. Bovendien zijn in het verleden meerdere woningbouwprojecten niet afgerond of liggen daarop beslagleggingen. De hoop is dat het huidige programma wel succesvol zal zijn.
Het Moni Karta-probleem is na jaren nog steeds niet opgelost. Armoede blijft voor veel mensen de dagelijkse realiteit. Veel werknemers kijken uit naar salarisverhogingen, maar tegelijkertijd wordt gesteld dat loonverhogingen de wisselkoers kunnen opstuwen. Ook leerkrachten wachten al jaren op een salarisaanpassing, zonder dat daarin verandering is gekomen.
Staatsfinanciën en de economie
Staatsbedrijven ontvangen nog steeds aanzienlijke subsidies. De regering zou moeten werken aan het geleidelijk afbouwen daarvan en deze bedrijven zelfstandiger maken. Ook de Belastingdienst moet beter worden georganiseerd en verder worden gedigitaliseerd, zodat de staatsinkomsten groeien en iedereen daadwerkelijk belasting betaalt.
Ondertussen blijft de staatsschuld groeien door nieuwe leningen. De uitleg over deze leningen is vaak onduidelijk door ingewikkelde constructies rond aflossingen en de werkelijk geleende bedragen. Feit blijft dat er steeds wordt geleend en dat geleend geld geen inkomsten zijn. Net als de vorige regering worden schulden opnieuw herschikt, terwijl het begrotingstekort groot blijft.
Suriname zal uiteindelijk meer moeten produceren en de eigen inkomsten moeten vergroten. Het lijkt erop dat veel verwachtingen zijn gericht op toekomstige olie- en gasinkomsten, terwijl het land ook over andere natuurlijke hulpbronnen beschikt. Van bauxiet en goud is Suriname uiteindelijk niet rijk geworden. Ook de ordening van de goudsector blijft uit.
Zijn we klaar voor 2028?
Zijn wij werkelijk goed voorbereid? Het onderwijs is nog altijd niet stabiel. Leerkrachten zijn ontevreden en de braindrain houdt aan. Juist onderwijs vormt de basis voor het opleiden van de jongeren die straks de olie- en gassector moeten dragen. De vraag is of er voldoende in onderwijs wordt geïnvesteerd. Volgens de recente begrotingsstatistieken is er daarvoor te weinig begroot.
Beloften en werkelijkheid
President Simons zegt niets te hebben beloofd, maar een verkiezingsslogan als “Kenki a systeem” wekt vanzelf de verwachting dat het beter zal gaan. Burgers willen hoop en willen horen dat hun situatie zal verbeteren. Inmiddels zegt de president vooral hard te willen werken en haar best te doen.
Tegelijkertijd stelt de regering dat er geen ruimte is voor salarisverhogingen, terwijl dienstreizen met groepen lijken toe te nemen. Dat geeft bij veel burgers een ander beeld: wel geld voor dienstreizen, maar niet voor het arme deel van de bevolking.
Conclusie
Na één jaar blijft daarom de belangrijkste vraag: wat is er werkelijk veranderd?
Is de boodschap dat de regering “haar best doet” voldoende om de samenleving hoop en vertrouwen te geven in een betere toekomst? Daarover zullen de meningen ongetwijfeld verdeeld zijn.
Wat wel vaststaat, is dat Jennifer Simons geschiedenis heeft geschreven als de eerste vrouwelijke president van Suriname. Met haar jarenlange politieke ervaring rust er ook een grote verantwoordelijkheid op haar schouders. De hoop is dat zij niet alleen een historische president zal zijn vanwege haar verkiezing, maar ook vanwege de besluiten die zij neemt om Suriname daadwerkelijk vooruit te helpen en een betere toekomst te creëren voor alle Surinamers.
