Onderwijsminister Dirk Currie heeft vandaag tijdens de persconferentie voorafgaand aan de Raad van Ministers toegelicht wat het doel was van zijn recente bezoek aan Ghana.
Hij gaf aan dat vorig jaar president Jennifer Simons zelf naar Ghana is geweest en een technologisch instituut voor TVET-onderwijs (Technical and Vocational Education and Training), een private school, heeft bezocht. Een delegatie van die school is in januari naar Suriname gekomen en heeft een meeting gehad op het kabinet van de president. De delegatie heeft daarnaast ook een aantal scholen bezocht, waaronder Natin en PTC, om te beoordelen hoe het TVET-onderwijs in Suriname is georganiseerd.
De delegatie deed een voorstel om Surinaamse studenten in hun instituut op te leiden, met een sterke focus op de Oil & Gas-sector. Dit moet ervoor zorgen dat in 2028 voldoende goed opgeleide Surinamers beschikbaar zijn om ingezet te worden wanneer de sector van de grond komt, zodat er geen buitenlandse krachten nodig zijn voor deze rollen. Het doel is om Surinamers te hebben die voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen.
President Simons heeft gevraagd dat een delegatie naar Ghana gaat om een goede beoordeling te maken voordat Surinaamse studenten daarheen worden gestuurd. Daarbij wordt gekeken of de kwaliteitseisen en certificering voldoen. De delegatie bestond uit minister Currie, twee directeuren van het ministerie en de directeuren van de scholen Unasat, PTC en Amto. Naast studenten is ook bekeken of leerkrachten getraind kunnen worden.
Het instituut in Ghana is praktijkgericht, waarbij meer dan 85 procent van de opleiding uit praktijk bestaat en slechts een klein percentage uit theorie. Er is nog geen formele rapportage aan de president gedaan over de bevindingen. De komende dinsdag zal de delegatie bij de president een gedetailleerde rapportage presenteren.
Er moet nog een definitief besluit worden genomen over hoeveel studenten en eventueel leerkrachten Suriname zal afvaardigen, afhankelijk van de behoefte van de Oil & Gas-sector. Daarbij wordt ook gekeken wat in Suriname zelf kan worden opgeleid en waar tekorten bestaan.
