De leden van De Nationale Assemblée Asiskumar Gajadien en Jerrel Pawiroredjo hebben vandaag een initiatiefvoorstel ingediend tot wijziging van de Wet Geldelijke Voorzieningen President en Vice-president van de Republiek Suriname 2025.
Met het initiatiefvoorstel willen de indieners de bestaande automatische koppeling tussen de bezoldiging van de President en die van een Departementsdirecteur van Algemene Dienst beëindigen. Onder de huidige regeling heeft een wijziging van de bezoldiging van een departementsdirecteur automatisch gevolgen voor de bezoldiging van de President, zonder dat daarover afzonderlijke parlementaire besluitvorming plaatsvindt.
Het voorstel sluit nadrukkelijker aan bij het constitutionele uitgangspunt van artikel 112 van de Grondwet, op grond waarvan aangelegenheden betreffende de President bij wet worden geregeld. De bezoldiging van de President wordt daarom zelfstandig wettelijk vastgesteld en toekomstige wijzigingen zullen opnieuw wettelijke besluitvorming vereisen. Daarmee worden transparantie, begrotingsdiscipline en parlementaire controle versterkt.
In het initiatiefvoorstel wordt de maandelijkse bezoldiging van de President vastgesteld op SRD 270.000. De bestaande regeling waarbij de Vice-president 75% van de bezoldiging van de President ontvangt, blijft gehandhaafd.
Viermaal de bezoldiging van een Departementsdirecteur van Algemene Dienst blijft uitsluitend als indicatieve referentiewaarde bestaan. Deze referentie leidt niet automatisch tot een verhoging of verlaging. Bij een toekomstige beoordeling worden onder meer de ontwikkeling van het algemene prijspeil en de koopkracht, de bezoldigingsontwikkeling binnen de publieke sector en de financiële en budgettaire positie van de Staat betrokken.
Daarnaast wordt de bezoldiging van de President ten minste eenmaal per drie jaar geëvalueerd. Ook deze evaluatie leidt niet automatisch tot een aanpassing. Een eventuele wijziging moet opnieuw via wettelijke besluitvorming plaatsvinden.
De kern van het initiatief is dat salarisaanpassingen binnen het overheidsapparaat niet langer automatisch doorwerken naar de President. De bezoldiging van het hoogste constitutionele ambt wordt zelfstandig bij wet vastgesteld, zodat iedere toekomstige wijziging transparant, gemotiveerd en onder parlementaire controle plaatsvindt.
