De wereldwijde olieprijzen zijn opnieuw gestegen te midden van groeiende zorgen over de toevoer, nadat de Verenigde Staten de belangrijke olie‑exporthub op Kharg Island in Iran hebben aangevallen. Deze ontwikkeling heeft de markten verder geschokt en benadrukt de risico’s voor de energielevering in de wereld.
Op maandag steeg de Brent‑olieprijs, de internationale standaard, met ongeveer 1,8 % tot $104,98 per vat tijdens de vroege handel. De prijs ligt daarmee stevig boven de $100‑grens, een niveau dat recent voor het eerst sinds de Russische invasie van Oekraïne vier jaar geleden werd bereikt. De stijging is een direct gevolg van de aanhoudende onrust in het Midden‑Oosten en de vrees dat de olievoorziening onder druk komt te staan.
De aanval op Kharg Island, een vijf kilometer lang koraaleiland in de Perzische Golf en één van de belangrijkste faciliteiten voor de verwerking en export van Iraanse olie, werd door de Amerikaanse president beschreven als “totale vernietiging”. Het merendeel van de olie‑infrastructuur op het eiland stroomt normaliter door hierheen en is cruciaal voor de uitvoer van ongeveer 90 % van de Iraanse olie.
Hoewel de Amerikaanse president benadrukte dat de strikes geen olie‑ of energie‑infrastructuur hadden geraakt om redenen van ‘menselijkheid’, slaagde dit er niet in de markten gerust te stellen. De beslissing om Kharg Island te treffen, dat tot dusver grotendeels was ontzien in de eerste weken van de crisis, voedt juist de vrees dat het conflict kan escaleren en de olie‑export verder kan belemmeren.
Een andere zorg is de kwestie van de Straat van Hormuz, een van de belangrijkste scheepvaartroutes ter wereld waardoor normaal ongeveer een vijfde van de internationale olietoevoer passeert. Sinds de crisis bijna volledig begon is deze doorgang praktisch afgesloten, wat de wereldwijde energievoorziening ernstig verstoort.
De Amerikaanse president riep bondgenoten op om samen te werken om de Straat van Hormuz weer open te stellen, maar de reacties waren overwegend terughoudend. Zuid‑Korea gaf aan dat het “verschillende maatregelen vanuit meerdere invalshoeken verkent” om de energieroutes veilig te stellen, terwijl Britse ministers plannen voorbereiden om mijnenbestrijdingsdrones naar de regio te sturen. Er werd geen duidelijke toezegging gedaan door landen die actief schepen naar de Golf zouden willen sturen, mede uit vrees voor een verdere escalatie van het conflict.
De stijgende olieprijzen hebben wereldwijd gevolgen, ook voor de brandstofmarkt. In de Verenigde Staten bereikte de gemiddelde benzineprijs $3,70 per gallon op zondag, een stijging van 62 cent ten opzichte van een maand geleden, volgens gegevens van AAA (American Automobile Associatio). Consumenten klagen over de hogere brandstofkosten als directe impact van de onrust in de oliesector.
Ondanks de stijgende prijzen probeerde de Amerikaanse president de zorgen over langdurig hoge brandstofkosten te temperen door te stellen dat de prijzen op termijn weer zouden dalen. Volgens hem is er wereldwijd “zoveel olie en gas beschikbaar”, maar momenteel raakt de handel “even geblokkeerd”, iets wat volgens hem spoedig opgelost zal worden.
De verstoring als gevolg van het conflict heeft ook bredere economische effecten. In Europa stegen de groothandelsprijzen voor aardgas, waarbij het Nederlandse front‑month contract steeg tot €51,94 per megawattuur, terwijl de aandelenbeurzen in Frankrijk, Duitsland, Spanje en Italië licht daalden.
De ontwikkelingen op de oliemarkt benadrukken de kwetsbaarheid van de wereldwijde energievoorziening en laten zien hoe geopolitieke spanningen direct kunnen doorwerken in prijzen en economische omstandigheden wereldwijd.
Foto: Trouw (satellietfoto van Kharg, begin maart)
