Tijdens een interview bij Lim FM Su heeft Bronto Somohardjo zich uitgesproken over de aantijgingen die tegen hem spelen en zijn visie op het lopende traject richting een mogelijke in staat van beschuldigingstelling.
Somohardjo gaf aan zich vereerd te voelen om het volk te dienen, ongeacht of dat als minister of parlementariër is. Tegelijkertijd stelde hij dat hij niet had kunnen voorzien dat zijn ministerschap op deze manier zou eindigen. Hij was daarbij stellig in zijn ontkenning van enige misstappen. “Ik heb geen fouten gemaakt”, zei hij, en voegde daaraan toe dat wie anders beweert, dat ook moet bewijzen.
Over de aantijgingen dat hij staatsmiddelen zou hebben gebruikt voor privédoeleinden, uitte hij zijn verbazing over het tijdstip waarop deze naar voren zijn gebracht. Volgens hem zegt het genoeg dat dergelijke zaken pas na twee jaar worden aangehaald. In dat kader verwees hij ook naar ernstigere beschuldigingen die volgens hem elders spelen. “Waar anderen praten over miljoenen fraude bij die persoon over een lid van een criminele organisatie valsheid in geschrifte, komen ze bij mij over praten, over ik heb misschien een stellatie gebruikt, ik heb misschien een auto gebruikt om vuil te ruimen, nogmaals als dat zo is dan moet dat bewezen worden,” aldus Somohardjo. Hij benadrukte daarbij: “Ik heb op geen enkel moment geen enkel middel ingezet van geen enkele staat”.
Somohardjo gaf verder aan dat hij zich afvraagt hoe de beschuldigingen in het rapport terecht zijn gekomen. Aanvankelijk was hij voorstander van een directe in staat van beschuldigingstelling, maar dat standpunt wijzigde nadat hij het vonnis in de zaak van Ashwin Adhin had gezien. Daarin sprak de rechter volgens hem duidelijk over willekeur en het overschrijden van grenzen door het Openbaar Ministerie. Dit heeft hem aan het denken gezet, waardoor hij nu achter de instelling van een onderzoekscommissie staat.
Ten aanzien van verklaringen van zijn toenmalige directeur Eskak, die zou hebben gesteld dat hij Somohardjo meerdere keren had gewaarschuwd, zei hij dat dit met feiten onderbouwd moet worden. Hij plaatste ook vraagtekens bij de eis van directe gevangenneming tegen hem en vroeg zich af waarom dat in zijn geval wel gebeurt en bij anderen niet. Volgens hem is transparantie hierin noodzakelijk. Hij benadrukte dat hij niet bang is, maar zich wel zorgen maakt over mogelijke willekeur. Hij vecht niet voor zichzelf, maar tegen het systeem, zei hij.
Ondanks de situatie blijft Somohardjo overtuigd van zijn gelijk. “Ik kan garanderen dat ik niks fout heb gedaan”, stelde hij. In zijn eigen zaak gaf hij aan vóór een in staat van beschuldigingstelling te zullen stemmen, omdat hij het onderzoek wil laten plaatsvinden en de waarheid op tafel wil krijgen. “Ik ben voor het onderzoek,” aldus Somohardjo.
