01 May 2026

Vandaag, op Dag van de Arbeid, in Suriname, waar deze dag bekendstaat als Wroko Man Dey, onderstreept de Surinaamse Partij van de Arbeid een kernpunt: factor arbeid beperkt zich niet tot formele werkenden, maar omvat iedere burger die bijdraagt aan het functioneren van de samenleving. Arbeid is geen functieomschrijving; het is de levende motor van de economie.

De klassieke economische benadering reduceert “arbeid” vaak tot loonarbeid binnen formele structuren. Maar die visie doet geen recht aan de werkelijkheid van Suriname. Factor arbeid is de buschauffeur die dagelijks mensen naar hun bestemming brengt, de wachter die veiligheid garandeert, de ambtenaar die beleid uitvoert, en de werknemer in de olie- en gassector die bijdraagt aan nationale inkomsten. Maar evenzeer is het de huisvrouw die onbetaalde zorgarbeid verricht, de straatverkoper in de informele sector die gezinnen onderhoudt, en de gepensioneerde die met ervaring en kennis nog steeds bijdraagt aan de gemeenschap. Zonder deze brede, inclusieve opvatting van arbeid is er geen productie, geen inkomen, en uiteindelijk geen economie.

Juist daarom pleit de Surinaamse Partij van de Arbeid voor een herwaardering van álle vormen van arbeid. In het bijzonder vraagt de positie van de informele sector om doelgericht beleid. Duizenden Surinamers werken buiten het formele systeem en missen daardoor toegang tot sociale bescherming, pensioenopbouw en collectieve vertegenwoordiging. Het is een kerntaak van de overheid om deze groep niet te marginaliseren, maar juist te begeleiden naar formalisering—zodat zij zich kunnen organiseren in vakbonden, vertegenwoordigd worden in vakcentrales en volwaardig deel uitmaken van het economisch bestel.

Tegen deze achtergrond baart het recente besluit om het ministerie van Arbeid te degraderen tot een directoraat grote zorgen. Dit signaal is niet slechts administratief van aard; het weerspiegelt een verschuiving in prioriteit. De institutionele verzwakking van arbeid als beleidsdomein ondermijnt de structurele aandacht die nodig is voor de bescherming en ontwikkeling van de werkende mens. Voor de Surinaamse Partij van de Arbeid is dit een van de meest zorgwekkende ontwikkelingen in het recente bestuur, omdat het raakt aan de kern van sociaal-economisch evenwicht.

Even zorgwekkend is de manier waarop vakbonden—historisch gezien de ruggengraat van arbeidersvertegenwoordiging—steeds minder ruimte en erkenning lijken te krijgen. Een gezonde economie vereist niet alleen kapitaal en ondernemerschap, maar ook sterke, onafhankelijke structuren die de belangen van werkenden verdedigen. Wanneer deze structuren worden gemarginaliseerd of omzeild, verliest de arbeider niet alleen stem, maar ook waardigheid.

In dat licht is het bijzonder problematisch wanneer er signalen zijn dat arbeidsconflicten worden benaderd met strategieën die het recht op collectieve actie ondermijnen. Het idee om bijvoorbeeld militairen in te zetten in sectoren waar vakbonden actief zijn, teneinde stakingen te neutraliseren, vormt een gevaarlijk precedent. Het verplaatst het evenwicht van dialoog naar dwang en ondergraaft de fundamentele principes van arbeidsverhoudingen in een democratische rechtsstaat.

Daarnaast ziet de Surinaamse Partij van de Arbeid met bezorgdheid het groeiende vertrek van gekwalificeerd kader. Wanneer arbeiders—hoog- én laaggeschoold—het land verlaten wegens gebrek aan perspectief, is dat niet slechts een individueel verlies, maar een collectieve aderlating. Motivatie, scholing, doorgroeimogelijkheden en rechtvaardige beloning zijn geen luxe, maar noodzakelijke voorwaarden om arbeidspotentieel te behouden en te versterken.

Op deze dag erkennen en eren wij ook onze gepensioneerden. Hun arbeid ligt aan de basis van de samenleving zoals wij die vandaag kennen. Hoewel zij niet langer actief deelnemen aan het arbeidsproces, blijft hun bijdrage onmiskenbaar onderdeel van factor arbeid. Respect voor arbeid betekent ook respect voor het verleden van arbeid.

De Surinaamse Partij van de Arbeid roept daarom op tot een hernieuwde visie op arbeid—een visie die inclusief, rechtvaardig en toekomstgericht is. Arbeid moet opnieuw centraal staan in beleid, niet als kostenpost, maar als fundament van ontwikkeling. Dat vraagt om sterke instituties, respect voor vakbonden, investeringen in menselijk kapitaal en een duidelijke strategie om informele arbeid te formaliseren.

Want uiteindelijk is factor arbeid niet “de ander”—het is ons allemaal. Van president tot straatverkoper, van parlementariër tot zorgverlener: ieder draagt bij aan het geheel. Op deze Wroko Man Dey wensen wij een ieder een switi wroko man dey, met de hoop dat reflectie leidt tot daadkracht en dat wij volgend jaar kunnen constateren dat de positie van de arbeider in Suriname niet is verzwakt, maar juist versterkt.

Author

Share.

Comments are closed.

Exit mobile version