Bij recente evaluaties van circa één jaar regering Simons/Rusland werd door beleidsmakers gewezen op vermeende macro-economische stabiliteit, zichtbaar in een stabiele wisselkoers en beheerste inflatie. Op het eerste gezicht lijkt deze conclusie verdedigbaar. De VES stelt in het Economistenblad “Inzicht” echter dat deze voorstelling niet strookt met een correcte economische beoordeling.
Macro-economische stabiliteit berust volgens de VES op drie pijlers: budgettaire stabiliteit, monetaire stabiliteit en betalingsbalansstabiliteit. Alleen wanneer deze pijlers gelijktijdig in evenwicht zijn, kan worden gesproken van werkelijke macro-economische stabiliteit, met lage inflatie, een stabiele marktconforme wisselkoers en prijs- en renteniveaus die de reële economische verhoudingen weerspiegelen.
De VES stelt dat Suriname op geen van deze drie pijlers structureel evenwicht vertoont. De overheidsfinanciën worden gekenmerkt door aanhoudende tekorten en een oplopende staatsschuld tot circa 125% van het BBP (februari 2026), ruim boven het wettelijke plafond van 60%. Tegelijkertijd blijven noodzakelijke structurele hervormingen achter.
Ook monetair is er sprake van onevenwichtigheid, gekenmerkt door overliquiditeit als gevolg van begrotingstekorten en kredietgroei. De Centrale Bank van Suriname tracht deze te beheersen via OMO’s en valutainterventies, hetgeen weliswaar tijdelijk stabiliserend werkt, maar tegelijkertijd druk zet op de deviezenreserves, die mede via externe financiering worden ondersteund.
De externe sector vertoont eveneens verslechtering, met een omslag van overschotten naar tekorten op de lopende rekening. Hierdoor bevindt Suriname zich in een “twin deficit”-situatie, wat door de VES wordt aangemerkt als een ernstige macro-economische onevenwichtigheid.
Conclusie volgens de VES
De VES concludeert dat geen sprake is van macro-economische stabiliteit, maar van schijnstabiliteit die in stand wordt gehouden door interventies van de Centrale Bank van Suriname. Deze interventies verlichten tijdelijk de druk, maar gaan ten koste van de deviezenreserves en vertragen noodzakelijke hervormingen, met name binnen de overheidsfinanciën.
Het uitstel van structurele aanpassingen en het vooruitzicht op toekomstige deviezeninstroom na 2028 wordt door de VES niet beschouwd als een houdbare strategie, aangezien de onderliggende onevenwichtigheden blijven bestaan. De VES benadrukt daarom de noodzaak van een samenhangend sanerings- en hervormingsbeleid, met inzet van deskundigheid, om te komen tot duurzame macro-economische stabiliteit.
Dit is volgens de VES noodzakelijk in het licht van de verwachte olie- en gasontwikkeling, om risico’s zoals “Dutch Disease” en de grondstoffenvloek te voorkomen en de economische kerninstituties te versterken.
Bron: Inzicht #70 – mei 2026
