25 June 2026

Op sociale media circuleert een column van NPS’er Wim Bakker waarin hij de Surinaamse natievorming analyseert als een historisch proces dat voortkomt uit het koloniale kapitalisme, met slavernij, contractarbeid en latere staatsvorming als opeenvolgende fasen binnen een voortdurend sociaal leerproces. Hij stelt dat sociale vooruitgang nooit af is en steeds bestaat uit het oplossen van maatschappelijke problemen zoals ongelijkheid, armoede, corruptie en etnische spanningen, en dat natievorming alleen mogelijk is binnen een historisch gegroeid politiek-cultureel raamwerk gedragen door de stedelijke middenklasse, intelligentsia en georganiseerde arbeidersklasse met een Westers georiënteerde traditie, dat de basis vormde voor instituties zoals rechtsstaat en bureaucratie, maar door etnische politisering en het wegvallen van gedeelde nationale structuren is verzwakt.

Vanaf dat punt verschuift de column naar een analyse van de Nationale Partij Suriname (NPS). Bakker stelt dat deze partij historisch voortkwam uit dezelfde maatschappelijke lagen die de koloniale staatsstructuur droegen en daardoor lange tijd een rol speelde in natievorming en institutionele ontwikkeling. Onder leiding van figuren als Ronald Venetiaan werd die sociaal-democratische en staatsgerichte koers volgens hem nog zichtbaar behouden.

De auteur betoogt echter dat de partij in latere decennia steeds verder is afgeweken van die oorspronkelijke missie. Hij beschrijft een verschuiving naar meer etnisch-populistische accenten, interne verzwakking van het debat en het vertrek van intellectuele en beleidsmatige krachten. In zijn visie leidde dit tot een verlies van ideologische richting en organisatorische dynamiek, waarbij de partij minder werd gezien als motor van nationale ontwikkeling.

Rusland nam het voorzitterschap over van Venetiaan, maar zijn etnopopulistische koers leidde volgens Bakker niet tot electorale groei. Binnen de NPS verzwakte het politieke leven door verouderde interne structuren, waardoor het interne debat verstomde en bekende intellectuelen, activisten en trekkers van beleidswerkgroepen, onder meer rond onderwijs, de partij verlieten, waarna hun posities werden ingevuld door personen uit andere politieke kringen.

In die context stelt Bakker dat de NPS onder Rusland geen organisatie meer is voor sociale vooruitgang, maar de koers kwijtgeraakt en losgekomen van het constituerende politiek-culturele erfgoed waarop voortgebouwd kan worden.

Hij benadrukt dat sociale vooruitgang niet alleen draait om uitkomsten, maar vooral om de kwaliteit van het proces waarin de hele gemeenschap betrokken is bij een leerproces.

Volgens hem zou de NPS om het draagvlak voor vooruitgang te herstellen moeten inzetten op netwerken met grassroots-activisten en het vormen van een sterk kader van contribuanten die het land ingaan om probleemoplossers op te sporen, te verbinden en te ondersteunen.

In het slot gebruikt Bakker een beeldspraak waarin hij spreekt over interne partijverkiezingen die telkens worden uitgesteld en een interne “soep” die wordt bereid in de politieke keuken. Die metafoor noemt hij een “yorka supu”, waarmee hij suggereert dat er binnen de partij opnieuw een politieke herpositionering wordt voorbereid rond het leiderschap van Rusland, met onduidelijke uitkomst voor de toekomst van de NPS.

Author

Share.

Comments are closed.

Exit mobile version