Het ministerie van Buitenlandse Zaken van Guyana heeft gereageerd op de uitspraken van de Surinaamse regering over het voornemen om de geplande brug over de Corantijnrivier mogelijk zelf te financieren. Volgens Guyana is het project vanaf het begin opgezet als een gezamenlijk initiatief, waarbij alle belangrijke beslissingen, inclusief financiering, in onderlinge afstemming moeten worden genomen.
In een verklaring stelt Guyana dat de brug altijd is beschouwd als een bilateraal project tussen beide landen, waarbij planning, financiering, bouw, exploitatie en beheer gezamenlijk moeten worden besproken en overeengekomen. Het land benadrukt dat ook binnen de bestaande overlegstructuren, waaronder de gezamenlijke technische werkgroep, steeds is uitgegaan van gezamenlijke besluitvorming over de financiële en technische aspecten van het project.
Guyana verwijst verder naar de bilaterale ontmoeting tussen president Mohamed Irfaan Ali en president Jennifer Simons op 15 mei 2026. Volgens Guyana is tijdens die bijeenkomst niet gesproken over de financiering van de brug en is er geen aanwijzing gegeven dat er zou worden afgeweken van de gezamenlijke aanpak die het project vanaf het begin heeft gekenmerkt. Tijdens het gesprek lag de nadruk vooral op samenwerking tussen beide landen, waaronder hulp bij wateroverlast in Suriname. Guyana bood daarbij technische ondersteuning aan, waaronder drainage-expertise en materieel, en stelde later ook pompen ter beschikking.
Volgens Guyana zijn de gesprekken over de Corantijnbrug structureel voortgezet sinds de ondertekening van het Memorandum of Understanding in 2020 tussen beide landen. Sindsdien is het project steeds benaderd als een gezamenlijk strategisch initiatief dat de economische en sociale ontwikkeling van beide landen moet versterken.
Het land stelt bovendien dat er geen formele mededeling is geweest via de gebruikelijke diplomatieke kanalen waarin Suriname zou hebben aangegeven de financiering volledig zelf te willen dragen. Indien er sprake is van een gewijzigd standpunt, had dat volgens Guyana eerst via de bilaterale overlegstructuren moeten worden besproken.
Guyana benadrukt dat het niet op de hoogte is gesteld van een officiële beleidswijziging en dat dergelijke belangrijke beslissingen niet via publieke verklaringen moeten worden gecommuniceerd, maar via diplomatiek overleg.
Tot slot herhaalt Guyana haar bereidheid om de gesprekken over de Corantijnbrug voort te zetten binnen de bestaande bilaterale mechanismen. Het land onderstreept dat het project alleen succesvol kan worden gerealiseerd op basis van samenwerking, transparantie en wederzijds overleg, met als doel een gezamenlijke ontwikkeling van deze strategische infrastructuur voor beide landen.
Het blijft onduidelijk hoe de financiering van de Corantijnbrug uiteindelijk zal worden ingevuld, nu er ogenschijnlijk verschillende standpunten bestaan over de verdere aanpak van het project.
