Ivan Fernald en Andy Atmodimedjo zijn vrijdag 21 augustus 2026 op het presidentieel paleis beëdigd als buitengewoon gevolmachtigd ambassadeurs van Suriname voor respectievelijk Guyana en Indonesië.
President Jennifer Simons benadrukte dat de ambassadeurs een eervolle en verantwoordelijke opdracht krijgen en daarbij het Surinaamse belang als kompas moeten hanteren. Zij moeten de nationale belangen behartigen, de politieke en diplomatieke betrekkingen versterken, handel en investeringen bevorderen en de Surinaamse identiteit uitdragen.
Volgens Simons moet Suriname worden geprofileerd als een potentiële, strategische en betrouwbare partner, waarbij soevereiniteit, territoriale integriteit, wederzijds respect en wederzijds voordeel vooropstaan.
De president riep de ambassadeurs op tot een assertieve, betrouwbare en resultaatgerichte diplomatie. Zij moeten ontwikkelingen in Suriname en op hun standplaatsen goed volgen en tijdig kansen voor het land signaleren. Daarbij wees zij op de vooruitzichten in de olie- en gassector en de verwachte spin-off in verschillende sectoren. Economische diplomatie neemt volgens haar daarom een centrale plaats in het buitenlands beleid in.
Simons verwacht verder dat de ambassadeurs het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en personen van Surinaamse afkomst actief bij hun werkzaamheden betrekken. Ook de verdieping van de bilaterale relaties met grens- en buurlanden en landen van herkomst moet volgens haar verder worden uitgewerkt.
Fernald zei tegenover de Communicatie Dienst dat de belangen van Suriname onder alle omstandigheden zullen worden behartigd, maar wel op diplomatieke wijze. Hij gaf aan dat hij en Atmodimedjo er moreel en intellectueel klaar voor zijn en dat de samenleving op hun onvoorwaardelijke inzet mag rekenen.
Fernald kijkt uit naar de samenwerking met het team in Georgetown, Guyana, waarbij volgens hem sprake is van één team met één gemeenschappelijke doelstelling.
Atmodimedjo benadrukte de rol van de lokale Javaanse gemeenschap als brug in de relatie met Indonesië. De historische band kan volgens hem worden benut om concrete kansen voor de toekomst te creëren, met wederzijds voordeel als uiteindelijk doel.
