De Hoge Raad heeft op 10 februari 2026 geoordeeld dat de beslissing van het gerechtshof Den Haag van 6 augustus 2024 om het beslag op een geldzending uit Suriname van 19,5 miljoen euro niet op te heffen, in stand blijft. Daarmee is de langdurige beslagkwestie, die sinds 2018 loopt en drie cassatieprocedures kende, definitief afgerond.
De zaak vindt haar oorsprong op 17 april 2018, toen de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) op Schiphol een geldzending van bijna 19,5 miljoen euro in contanten in beslag nam wegens een verdenking van witwassen. Het geld was onderweg van Suriname naar Hongkong en was enkele dagen eerder per vliegtuig vanuit Suriname in Nederland aangekomen. De geldzending was eigendom van drie Surinaamse handelsbanken. De Centrale Bank van Suriname trad op als verzender van het geld. Zowel de handelsbanken als de Centrale Bank van Suriname dienden een klaagschrift in tegen de inbeslagneming.
Na eerdere procedures, waarin de Hoge Raad tweemaal rechterlijke beslissingen tot teruggave van het geld vernietigde, verklaarde het gerechtshof Den Haag in augustus 2024 het beklag van de handelsbanken en de Centrale Bank van Suriname ongegrond. Hierdoor bleef het beslag op het geld gehandhaafd. Het hof oordeelde onder meer dat de Centrale Bank van Suriname geen aanspraak kan maken op immuniteit, omdat het in beslag genomen geld niet haar eigendom is, maar dat van de drie handelsbanken. De rol van de Centrale Bank bij de geldzending werd door het hof als uitsluitend faciliterend aangemerkt. Daarnaast oordeelde het hof dat niet kan worden gesteld dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter het geld later verbeurd zal verklaren.
Tegen deze beslissing stelden de Centrale Bank van Suriname en de drie handelsbanken beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. In cassatie werd onder meer aangevoerd dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat de Centrale Bank geen immuniteit geniet. Ook werd geklaagd dat het hof een te streng criterium had gehanteerd bij de beoordeling van de vraag of verbeurdverklaring door de strafrechter waarschijnlijk is.
De advocaat-generaal adviseerde op 2 december 2025 om de beslissing van het gerechtshof Den Haag in stand te laten. De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en geoordeeld dat de cassatieklachten niet slagen. De klachten zijn zonder inhoudelijke motivering afgedaan, omdat zij niet konden leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof en geen nieuwe juridisch relevante vragen opriepen.
Met deze uitspraak komt, na bijna acht jaar, een definitief einde aan de beslagprocedure rond de 19,5 miljoen euro die in 2018 uit Suriname werd overgebracht.
Bron: – Hogeraad. nl
– zeelandnet. nl
