Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) benadrukt dat de visserijovereenkomst met Venezuela geen 200 nieuwe buitenlandse vaartuigen toegang geeft tot de Surinaamse wateren. Het gaat om Venezolaans gevlagde lijnvissersvaartuigen die al tientallen jaren actief zijn in Suriname, voornamelijk voor de vangst van red snapper en makreel.
Volgens LVV wordt een bestaande visserijrelatie geactualiseerd en opnieuw juridisch vastgelegd. Deze relatie wordt sinds 1986 door opeenvolgende overeenkomsten gereguleerd. De laatste overeenkomst dateert van 13 februari 2007 en is sindsdien niet vernieuwd.
De overeenkomst betekent ook geen vrije toegang tot de Surinaamse wateren. Elk vaartuig moet beschikken over een Surinaamse visvergunning en voldoen aan de jaarlijks vastgestelde voorwaarden. De Surinaamse wet- en regelgeving blijft volledig van toepassing. Bij overtredingen kunnen boetes, schorsing of intrekking van vergunningen en andere wettelijke maatregelen volgen.
LVV stelt dat de actualisering juist moet zorgen voor meer controle en transparantie. Het kader voorziet onder meer in VMS/AIS-monitoring, inspecties op zee en in de haven, waarnemers en uitwisseling van informatie over vaartuigen, vangsten, landingen en mogelijke IUU-visserij.
Suriname behoudt volgens LVV bovendien de bevoegdheid om, wanneer monitoring of wetenschappelijke informatie daartoe aanleiding geeft, maatregelen te nemen ten aanzien van vergunningen, visgebieden, visseizoenen en andere beheersmaatregelen.
De vangsten moeten centraal worden aangeland bij CEVIHAS NV of een andere door de minister van LVV aangewezen overheids- of staatshaven. CEVIHAS ontvangt, controleert en handelt de vaartuigen af. De vaartuigen maken daarbij gebruik van faciliteiten en diensten zoals ligplaatsen, ijs en nutsvoorzieningen, wat inkomsten genereert voor CEVIHAS.
Na de aanlanding worden de vangsten naar Surinaamse verwerkingsbedrijven vervoerd. Volgens LVV zijn deze bedrijven voor een belangrijk deel afhankelijk van de aanvoer voor hun bedrijfsvoering, werkgelegenheid en exportactiviteiten.
De actualisering van de overeenkomst is volgens LVV ook van belang voor de dialoog met de Europese Commissie over IUU-visserij. Venezolaanse vaartuigen moeten volgens het ministerie beschikken over een duidelijke en geldige juridische basis en onder een effectief systeem van controle en monitoring vallen.
Daarnaast is de overeenkomst van belang voor het herstel van de export van de betreffende visproducten naar de Verenigde Staten. Een actuele juridische basis, effectieve controle en een sluitende keten van aanlanding en verwerking zijn volgens LVV essentieel voor de legaliteit, herkomst en traceerbaarheid van visproducten.
De overeenkomst doet volgens het ministerie geen afbreuk aan de verantwoordelijkheid van Suriname om de eigen visbestanden te beheren. De Venezolaanse vaartuigen moeten vissen onder de voorwaarden die Suriname stelt en binnen de maatregelen die nodig worden geacht voor een duurzame benutting van de visbestanden.
LVV benadrukt dat het uitgangspunt blijft dat wie in de Surinaamse wateren vist, zich aan de Surinaamse regels moet houden. Het doel van de overeenkomst is volgens het ministerie dan ook niet minder controle, maar meer juridische duidelijkheid, betere monitoring, effectieve handhaving en een duurzaam gereguleerde visserij.


