Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) is via het onderdirectoraat Landbouw Midden gestart met werkzaamheden aan de natte infrastructuur in het ressort Wanica D/Lelydorp. Onder leiding van onderdirecteur Landbouw Midden, Soeparman Sawirjo, worden diverse loosleidingen in het verzorgingsgebied opgehaald en opgeschoond. Het doel is de waterafvoer te verbeteren en de agrarische productie in het gebied te ondersteunen.
Volgens het ministerie zijn goed functionerende waterwegen van essentieel belang voor de landbouw. Ze zorgen voor een goede afwatering van landbouwpercelen, helpen wateroverlast te beperken en dragen bij aan gezonde groeiomstandigheden voor gewassen. Door de loosleidingen regelmatig te onderhouden, investeert het ministerie naar eigen zeggen in een duurzame en klimaatbestendige landbouwsector.
De werkzaamheden maken deel uit van de bredere inspanningen van de overheid om de waterhuishouding in verschillende districten te verbeteren. Daarbij werkt LVV samen met de ministeries van Openbare Werken & Ruimtelijke Ordening (OWRO) en Regionale Ontwikkeling (RO) om de afwatering te optimaliseren en wateroverlast zoveel mogelijk terug te dringen.
Tijdens de schoonmaakwerkzaamheden is opnieuw gebleken dat een aanzienlijk deel van de watergangen wordt belemmerd door grofvuil en ander afval dat in de loosleidingen wordt gedeponeerd. Volgens het ministerie belemmert dit de doorstroming van het water, vergroot het de kans op verstoppingen en overstromingen en heeft het negatieve gevolgen voor landbouwgronden, woongebieden en het milieu.
LVV doet daarom een dringende oproep aan de samenleving om geen afval, grofvuil of andere materialen in loosleidingen, trenzen, sloten en andere waterwegen te deponeren. Volgens het ministerie is het schoonhouden van deze waterwegen een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Alleen door verantwoord om te gaan met het leefmilieu kunnen verstoppingen worden voorkomen en kunnen onderhoudswerkzaamheden en wateroverlast worden beperkt.
Het ministerie zegt zich onverminderd te blijven inzetten voor een goed onderhouden waterinfrastructuur als belangrijke randvoorwaarde voor een duurzame landbouw, een gezonde leefomgeving en de voedselzekerheid van Suriname.


