Tijdens een opo yari-bijeenkomst van het Ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM) en de Nationale Milieu Autoriteit (NMA) op vrijdag 30 januari jl. stonden de terugblik op 2025, de planning voor 2026 en de verdere versterking van de organisatie centraal. Het personeel van beide instanties kwam bij elkaar, en de bijeenkomst werd afgesloten door minister Patrick Brunings.
Tijdens de bijeenkomst presenteerden de onderdirecteuren en directeuren van OGM en de directeur van de NMA een overzicht van de werkzaamheden in 2025 en lichtten zij hun plannen voor het komende jaar toe. Daarbij werd bekendgemaakt dat het ministerie op middellange termijn zal verhuizen; nadere informatie hierover zal later worden gedeeld.
Ook werd aangekondigd dat een extern consultatieteam van start is gegaan met een quickscan binnen het ministerie. Deze quickscan is gericht op het verkrijgen van inzicht in de organisatie, de personele capaciteit en de processen, met als doel de effectiviteit van het functioneren verder te versterken. De minister legde uit dat het belangrijk is dat de organisatie, de medewerkers en de processen goed op elkaar zijn afgestemd en dat iedereen weet wat zijn rol is en hoe hij of zij bijdraagt aan de toekomstvisie van het ministerie.
Daarnaast schetste hij een toekomstbeeld van de werkzaamheden en verplichtingen van zowel OGM als NMA. De omvang van het werk is aanzienlijk, maar de bijeenkomst is bedoeld om elkaar te versterken. Het is de bedoeling dat de opo yari-bijeenkomst geen eenmalig karakter heeft, maar dat er ieder kwartaal een vergelijkbare bijeenkomst wordt georganiseerd.
Verder benadrukte de bewindsman dat het vergroten van de naamsbekendheid van zowel het ministerie als de NMA een belangrijk aandachtspunt is. Het is daarbij van belang dat duidelijk wordt wat de relatie is tussen de NMA en het relatief nieuwe ministerie.
Voor het lopende kwartaal zal het ministerie zich richten op de bemensing van het directoraat Olie en Gas, het aspect local content en de toekomstvisie Suriname 3.0. Local content is gericht op het maximaliseren van de inzet van lokale arbeidskrachten, bedrijven, goederen en diensten bij projecten, met als doel de lokale economie te versterken door kennisoverdracht, werkgelegenheid en betrokkenheid van nationale ondernemingen in de toeleveringsketen. De minister verduidelijkte dat de focus op local content niet beperkt blijft tot de olie- en gassector, maar geldt voor alle sectoren waarin de overheid wil diversifiëren. In mei wordt hierover een workshop georganiseerd.
In dit verband wees hij op het belang van het voorkomen van de zogenoemde Dutch Disease, een economisch verschijnsel waarbij de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen kan leiden tot een verslechterde concurrentiepositie en het verdringen van andere sectoren. Het voorkomen hiervan is essentieel voor een evenwichtige economische ontwikkeling.
Aan het einde van de bijeenkomst konden de aanwezigen vragen stellen. Vanuit het personeel van zowel het ministerie als de NMA werden veel vragen gesteld, met name over olie en gas, wat de behoefte aan een afzonderlijke sessie over dit onderwerp op korte termijn illustreert.
De minister sloot de bijeenkomst af met de wens dat het Ministerie van Olie, Gas en Milieu zich ontwikkelt tot een modelministerie voor andere overheidsinstanties.
