Ingezonden
Bij het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (MinOWC) gaat het meer om politieke herschikking dan om daadwerkelijke hervorming. In de praktijk worden vooral functionarissen vervangen die onder de vorige minister zijn benoemd, terwijl NPS- en NDP-functionarissen die al jaren medeverantwoordelijk zijn voor de verslechterde staat van het onderwijs hun posities behouden. Het gevolg is een ministerie dat groen gekleurd wordt door de NPS zonder dat structurele problemen worden aangepakt. Lage leerkrachtensalarissen, administratieve achterstanden en het ontbreken van een samenhangende onderwijsvisie blijven bestaan.
De vraag dringt zich op: kunnen alleen NPS’ers onderwijs ontwikkelen? Tot nu toe hebben zij het onderwijs juist kapotgeslagen; denk bijvoorbeeld aan de chaos gecreëerd door voormalig NPS-minister Marie Levens.
Terugkerende benoemingen en vaste structuren
De recent ontheven functionarissen vormen niet de kern van het probleem. Die ligt bij verouderde structuren en vaste machtsposities die om politieke redenen in stand blijven. Zo is de nieuw benoemde algemeen directeur geen nieuwkomer binnen MinOWC. Zij bekleedde eerder de functie van directeur Beroepsonderwijs tijdens de regering-Bouterse II onder toenmalig minister Lilian Ferrier. Tegen die achtergrond is het gerechtvaardigd te vragen welke structurele verbeteringen in die periode zijn gerealiseerd, aangezien het onderwijs toen ook al kampte met ernstige organisatorische en inhoudelijke problemen.
Opvallend is dat dezelfde NPS-functionarissen bij opeenvolgende ministers opnieuw in sleutelposities terugkeren, ondanks het uitblijven van aantoonbare verbeteringen binnen het onderwijs. De voortdurende terugkeer van dezelfde personen wijst op een systeem waarin politieke loyaliteit zwaarder lijkt te wegen dan meetbare resultaten of vernieuwingskracht.
De leerkracht is geen prioriteit
Tegen deze achtergrond is het opvallend dat de regering SRD 270 miljoen kan vrijmaken voor een schoolvoedingsprogramma, terwijl structurele salarisverbeteringen voor leerkrachten uitblijven. Leerkrachten blijven onderbetaald, ondanks hun centrale rol binnen het onderwijs.
De gekozen prioriteiten roepen vragen op over de waardering van het beroep en de langetermijnvisie van het beleid. Hebben leerkrachten geen recht op een menswaardig bestaan? Is hun mentale en fysieke welzijn niet belangrijk? Hoeveel bijbanen moeten zij nog nemen om rond te komen? Het onderwijssalaris schandalig laag is en niet toereikend voor een normaal leven.
Selectieve ontheffingen
Vicepresident Gregory Rusland stelt dat de recente ontheffingen bedoeld zijn om het onderwijs naar een volgende fase te brengen en geen politieke lading hebben. Toch valt op dat vooral partijgenoten van de NPS in sleutelposities zijn benoemd, terwijl andere functionarissen met langdurige beleidsverantwoordelijkheid buiten schot blijven. Transparante en open sollicitatieprocedures ontbreken, wat het beeld van politieke benoemingen versterkt.
Historische verantwoordelijkheid
Tijdens eerdere NPS-geleide onderwijsperiodes werden grootschalige beleidsmaatregelen doorgevoerd, waaronder het doorstroombeleid, waarvoor aanzienlijke financiële middelen zijn ingezet. De negatieve gevolgen daarvan, zoals blijvende leerachterstanden bij leerlingen, werken tot op heden door. Een duidelijke evaluatie of verantwoording hierover blijft grotendeels uit.
Administratieve chaos
Naast beleidsmatige kwesties kampt MinOWC al jaren met ernstige administratieve problemen. Uitbetalingen van salarissen en overuren lopen vaak maanden vertraging op, wat bijdraagt aan demotivatie en uitstroom van leerkrachten. Functionarissen die langdurig verantwoordelijk zijn voor deze processen zijn niet meegenomen in de recente ontheffingen, zoals de directeur van deze afdeling, die vanwege politieke banden mag blijven aanzitten.
Onderwijscongres is geldverspilling
Opnieuw wordt gesproken over een onderwijscongres om problemen in kaart te brengen. De knelpunten zijn al jarenlang bekend en dergelijke bijeenkomsten kosten vooral tijd en miljoenen. De regering zou directe maatregelen moeten doorvoeren, zoals administratieve hervorming en verbetering van rechtszekerheid en beloning van leerkrachten. Hierdoor kunnen leerkrachten blijven werken en vermindert de uitstroom aanzienlijk.
Conclusie
Zonder duidelijke koerswijziging dreigt het onderwijsbeleid te blijven steken in politieke belangen in plaats van inhoudelijke vernieuwing. Het onderwijs gaat verder achteruit terwijl alleen NPS’ers in sleutelposities zitten. Zolang benoemingen vooral langs partijlijnen plaatsvinden en structurele problemen niet worden aangepakt, blijft herstel van het Surinaamse onderwijs onzeker.
Welke regering zal beseffen dat politiek het onderwijs steeds verder kapot maakt? De huidige regering lijkt dit niet te begrijpen en zet het beleid van haar voorgangers voort.
A. Pollack
