President Jennifer Simons heeft een “Dya Dya Sranan Uma”-award ontvangen van de Stichting Vrouwen Politieke Alliantie Suriname (VPAS). De onderscheiding werd uitgereikt in het kader van de viering van Internationale Dag van de Vrouw op 8 maart. De ceremonie vond plaats op dinsdag 7 april 2026 in Grun Dyari.
Naast het staatshoofd werden ook Mavis Demon en Chenelva Mijnals onderscheiden met een award. De prijs wordt toegekend aan vrouwen die zich op uitzonderlijke wijze hebben ingezet voor de Surinaamse gemeenschap en het land. Volgens de organisatie gelden deze vrouwen als voorbeeldfiguren voor velen, zowel binnen als buiten Suriname.
In haar toespraak benadrukte president Simons dat haar aanwezigheid bij de ceremonie verder ging dan haar rol als staatshoofd. Zij gaf aan zich in de eerste plaats aanwezig te voelen als vrouw, moeder en Surinaamse. Daarbij stond zij stil bij de historische en hedendaagse rol van vrouwen in de samenleving en onderstreepte zij dat vrouwen, zowel zichtbaar als onzichtbaar, een dragende kracht vormen.
Volgens de president verdienen niet alleen bekende namen erkenning, maar ook de vele vrouwen die in stilte hun bijdrage leveren aan de samenleving. Zij wees erop dat er talloze vrouwen zijn die veel betekenen voor het land, maar die niet altijd zichtbaar zijn voor het grote publiek. Een belangrijk deel van haar betoog ging over samenwerking, zowel tussen vrouwen onderling als tussen mannen en vrouwen.
President Simons stelde dat vrouwen, in tegenstelling tot wat vaak wordt gezegd, wel degelijk goed met elkaar kunnen samenwerken. Als voorbeeld verwees zij naar haar samenwerking met Ruth Wijdenbosch toen zij respectievelijk voorzitter en vicevoorzitter waren van De Nationale Assemblée. Ondanks politieke verschillen werkten zij samen aan de versterking van het parlement. Volgens de president stonden zij, ondanks hun positie in oppositie en coalitie, altijd aan dezelfde kant wanneer het ging om het niveau en het functioneren van het parlement.
Zij benadrukte dat deze samenwerking verder ging dan alleen het werk en een bewijs vormt dat onderlinge steun essentieel is. Volgens haar moet in Suriname worden geleerd dat men elkaar de hand kan reiken wanneer dat nodig is. Hoewel wettelijke gelijkheid tussen mannen en vrouwen vaak al bestaat, ligt volgens het staatshoofd de grootste uitdaging nog in de mentaliteit.
De president merkte op dat vrouwen soms zelf denken dat zij bepaalde dingen niet kunnen. Daarom riep zij jonge vrouwen en meisjes op om in zichzelf te geloven en buiten hun comfortzone te treden. In dat verband bracht zij een persoonlijke ode aan haar moeder, die haar stimuleerde om zelfstandig en krachtig in het leven te staan. Tegelijk riep zij ouders op om hun kinderen, ongeacht hun geslacht, te ondersteunen.
Tot slot pleitte president Simons voor een samenleving waarin mannen en vrouwen elkaar aanvullen en waarin jonge meisjes niet bang zijn om hun dromen na te jagen, ook in sectoren die traditioneel als mannelijk worden gezien. Zij moedigde hen aan om stappen te zetten, in hun eigen kracht te geloven en vastberaden hun dromen en idealen na te streven.
