Wie de bewegingen van ex-president Chandrikapersad Santokhi volgt, kan moeilijk om de indruk heen dat hij een comeback ambieert in 2030. Hij is opvallend actief op social media, reageert indirect op actuele ontwikkelingen en positioneert zich steeds vaker als alternatief voor het huidige bestuur. De vraag is echter niet óf hij terug wil keren, maar of hij werkelijk heeft geleerd van zijn eerste termijn.
Een fundamentele kwestie die onbeantwoord blijft, is of de politicus ooit een eerlijke interne evaluatie heeft gemaakt van zijn eigen partij en leiderschap. Inmiddels is bekend dat in 2027 bestuursverkiezingen binnen de VHP zullen plaatsvinden. Zal hij dan nog steeds voorzitter zijn, of is er ruimte voor nieuwe gezichten en een andere koers? Tot nu toe wijst weinig erop dat vernieuwing wordt gestimuleerd; de partij lijkt nog steeds sterk rond één persoon te draaien.
Feit is dat hij bij de laatste verkiezingen landelijk de meeste stemmen behaalde van alle politici. Dat duidt onmiskenbaar op een blijvende achterban en maakt hem tot een serieuze kandidaat voor het presidentschap in 2030. Tegelijkertijd is er ook antipathie tegen hem, en dit komt onder andere door de gebrekkige en ouderwetse manier van communicatie.
De eerste termijn begon met harde hervormingen op korte termijn, zonder voldoende uitleg of draagvlak onder de bevolking. Begrippen als IMF-programma’s, herschikking van leningen, aflossingen en monetaire reserves zeggen de doorsnee burger weinig. Wat mensen wél begrepen, waren de directe gevolgen: koopkrachtverlies, hogere prijzen en zwaardere lasten. De offers waren groot, tastbaar en pijnlijk, en dat is uiteindelijk zijn politieke nekslag geworden.
Daarbovenop kwamen verkiezingsbeloften die onvoldoende waren afgestemd op haalbaarheid en politieke realiteit. Verwachtingen werden gewekt die niet konden worden waargemaakt, wat het vertrouwen verder ondermijnde. In plaats van transparantie en realisme koos hij te vaak voor technocratische taal en afstand, terwijl de samenleving juist behoefte had aan empathie en duidelijke communicatie.
Een andere grote tekortkoming was het uitblijven van stevig leiderschap binnen de eigen gelederen. Hij trad nauwelijks op tegen partijgenoten en ministers die zijn beleid openlijk verzwakten of zelfs ondermijnden. Het meest sprekende voorbeeld is voormalig minister Nurmohamed van Openbare Werken, wiens beruchte uitspraak over het “straffen” van burgers symbool stond voor de arrogantie en het gebrek aan gevoel voor maatschappelijke realiteit binnen de regering. Dat hier geen duidelijke correctie of politieke consequenties aan verbonden werden, heeft hem zwaar aangerekend gekregen.
Als hij daadwerkelijk mikt op een tweede termijn, zal socialmedia-activiteit alleen niet volstaan. Hij beschikt over de nodige capaciteiten en politieke ervaring om in 2030 terug te keren als president, maar cruciaal is dat hij de VHP opschoont, een sterker en betrouwbaarder team om zich heen verzamelt en verantwoordelijkheid neemt voor de fouten uit zijn eerste termijn. Hij is de eerste ééntermijnspresident in de afgelopen 25 jaar, omdat hij niet de juiste mensen om zich heen had om zijn beleid effectief uit te voeren. Zonder deze veranderingen blijft een mogelijke comeback vooral een persoonlijke ambitie en geen breed gedragen hoop voor de samenleving.
