President Jennifer Simons heeft tijdens het nationaal symposium One Heritage Policy 2026, met als thema ‘Van gedeelde geschiedenis naar duurzaam erfgoedbeleid’, de nadruk gelegd op eenheid en broederschap. Het symposium vond woensdag 19 augustus plaats in de Royal Ballroom van Hotel Torarica.
In haar toespraak verwees Simons naar een gedeelte uit een gedicht van de Surinaamse dichter Shrinivási (Martinus Lutchman). Zij benadrukte daarin dat Surinamers weliswaar in woord één volk zijn, maar dat dit in de praktijk nog niet altijd volledig het geval is.
Volgens de president vormt deze boodschap de kern van waar Heritage Month om draait. Het doel is volgens haar om het bewustzijn van de verschillende aspecten van elkaars geschiedenis te vergroten. Het kennen van en bezig zijn met elkaar beschouwt zij als basis voor eenheid. Daarom vindt zij het belangrijk dat verschillende actoren, waaronder de leiding van het land, bijeenkomen om niet alleen over het Surinaamse erfgoed te praten, maar ook over de toekomst.
Waardering voor Cynthia McLeod
Simons sprak tijdens het symposium ook haar waardering uit voor schrijfster Cynthia McLeod, vanwege haar jarenlange inzet om de geschiedenis van Suriname vast te leggen. McLeod ontving voor haar werk een speciale waardering van de presidentiële werkgroep Heritage Month, in de vorm van een ‘Wi Gudu-Ons Erfgoed’-erkenning.
Daarnaast werd zij door president Simons en Rachel Pinas, voorzitter van de presidentiële werkgroep Heritage Month 2026, een regalia omgehangen.
Diversiteit en nationale eenheid
Volgens Simons is Heritage Month geen ad-hoczaak. Zij ziet op termijn mogelijkheden om de viering verder uit te breiden, waarbij ook buitenlanders zouden kunnen deelnemen.
De president benadrukte dat diversiteit in een land niet hetzelfde is als actief samenleven. Voor Suriname, met zijn grote verscheidenheid aan groepen, culturen en afkomst, zijn volgens haar verschillende zaken van belang om eenheid te vormen. Ook de vrijheid van religie en cultuur noemt zij een belangrijk voorbeeld voor de wereld.
Ondanks het koloniale verleden stelt Simons dat Suriname het tot nu toe goed heeft gedaan. Volgens haar is bereikt dat Surinamers zich allemaal Surinamer voelen en elkaar respecteren. Tegelijkertijd benadrukte zij dat er verder moet worden gewerkt aan een gezamenlijke toekomst.
Het staatshoofd wees op multi-etnische samenlevingen wereldwijd waar invloeden van buitenaf voor verstoring hebben gezorgd. Zij beschouwt de diversiteit van Suriname als een rijkdom, omdat kinderen hier opgroeien met verschillende culturen van de wereld.
Die rijkdom is volgens Simons tegelijkertijd kwetsbaar. Heritage Month is daarom volgens haar een belangrijk initiatief om verschillende bevolkingsgroepen samen te brengen, waarbij afkomst wordt herkend, erkend, gewaardeerd en gerespecteerd. Dit moet bijdragen aan een eenheid die niet alleen groter wordt, maar ook sterk genoeg is om toekomstige uitdagingen te doorstaan.

