De visumprocedure voor Surinamers die naar Nederland en andere Schengenlanden reizen, stond centraal tijdens het bilateraal overleg tussen minister van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking Melvin Bouva en zijn Nederlandse ambtgenoot Tom Berendsen. Het overleg vond maandag 21 september 2026 plaats in New York, in de marge van de 81ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN).
Suriname zet zich in voor Schengenvisumvrijstelling en kan daarbij volgens Berendsen rekenen op Nederlandse ondersteuning. Bouva vroeg daarnaast aandacht voor praktische verbeteringen op korte termijn, waaronder een snellere afhandeling van visumaanvragen en visa met een langere geldigheidsduur. Via technisch overleg wordt nagegaan welke verbeteringen mogelijk zijn.
Ook de verdere versterking van de bilaterale relatie kwam aan de orde. Suriname en Nederland willen bestaande afspraken omzetten in concrete resultaten. Bouva benadrukte dat de bijzondere relatie moet worden uitgebouwd op basis van gelijkwaardigheid, wederzijds respect en vertrouwen. Daarbij wordt voortgebouwd op afspraken rond het staatsbezoek van Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima aan Suriname. Beide landen willen het overleg tussen hun ministeries structureel voortzetten.
Verder werd gesproken over het Fonds Slavernijverleden. Suriname hecht aan duidelijke afspraken over het beheer en de besteding van de beschikbare middelen, zodat deze kunnen bijdragen aan herstel en heling. Ook technische samenwerking op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, watermanagement en digitalisering kwam aan de orde.
Op economisch gebied bespraken de bewindslieden het intensiveren van contacten tussen het Surinaamse en Nederlandse bedrijfsleven, handelsmissies en wederzijdse investeringen. Mogelijkheden liggen volgens Suriname onder meer in energie, landbouw, infrastructuur, logistiek en watermanagement, mede met het oog op economische diversificatie en duurzame ontwikkeling.
Volgens Bouva heeft de relatie met Nederland een bijzondere geschiedenis en biedt deze tegelijkertijd veel kansen voor de toekomst. Gelijkwaardigheid en vertrouwen vormen volgens hem de basis, maar de afspraken moeten uiteindelijk leiden tot concrete resultaten die beide samenlevingen daadwerkelijk merken.

