Het vonnis waar NDP’er Rashied Doekhie recent naar verwees in een interview met D-TV Express circuleert inmiddels op social media. Doekhie stelt dat Jairam, mede vanwege dit vonnis en andere vermeende corruptiegerelateerde kwesties, ongeschikt is voor een benoeming als ambassadeur van Suriname in India. Hanisha Jairam spande in 2023 een kort geding aan tegen het ressortsraadlid van Nickerie, Chaitram Adhin, die haar publiekelijk beschuldigde van een aantal dubieuze handelingen. De rechter wees al haar vorderingen echter af.
Achtergrond van de rechtszaak
Het gaat om een kortgedingvonnis gewezen door het Kantongerecht Derde Kanton te Nickerie op 21 februari 2023, in de zaak Jairam tegen Chaitram Adhin. De procedure had betrekking op uitlatingen die Adhin via video’s en online media deed, waarin hij sprak over mogelijke corruptie en misbruik van overheidsgelden door Jairam.
Ten tijde van de uitlatingen bekleedde Hanisha Jairam verschillende publieke functies, waaronder die van districtsadministrateur bij het Ministerie van Regionale Ontwikkeling en president-commissaris van de Canawaimina Management Company (CMC). Volgens Jairam waren de uitlatingen onjuist, beledigend en schadelijk voor haar reputatie en professionele positie.
Eisen van Jairam
In het kort geding stelde Jairam dat de beschuldigingen haar eer en goede naam aantastten en haar konden schaden in haar loopbaan en inkomen. Zij vorderde onder meer:
• een verbod voor Adhin om soortgelijke uitlatingen te blijven doen;
• een openbare rectificatie;
• schadevergoeding;
• dwangsommen bij overtreding van een eventueel verbod.
Verweer van Chaitram Adhin
Chaitram Adhin voerde aan dat hij handelde in zijn hoedanigheid van gekozen volksvertegenwoordiger en dat zijn uitlatingen waren gedaan in het publiek belang. Volgens hem maakte zijn kritiek deel uit van het maatschappelijk debat over overheidsuitgaven, bestuur en integriteit binnen publieke en semipublieke instellingen. Hij stelde bovendien dat zijn uitspraken waren gebaseerd op informatie die hem op dat moment ter beschikking stond.
Beoordeling door de kantonrechter
De kantonrechter maakte in het vonnis een afweging tussen de vrijheid van meningsuiting en de bescherming van eer en goede naam. Daarbij werd nadrukkelijk gekeken naar:
• de context waarin de uitlatingen zijn gedaan;
• de publieke functies van Jairam;
• het maatschappelijk belang van het debat;
• de vraag of Adhin bewust onwaarheden zou hebben verspreid.
De rechter erkende dat de uitlatingen scherp en kritisch waren, maar oordeelde dat deze niet onrechtmatig waren. Doorslaggevend was dat Jairam een publieke functionaris is en dat politieke en maatschappelijke kritiek in zo’n context ruime bescherming geniet, zolang geen bewezen leugens worden vastgesteld.
Uitspraak
De rechter wees alle vorderingen van Jairam af. Dat betekende concreet:
• geen verbod op verdere uitlatingen;
• geen rectificatie;
• geen schadevergoeding.
Jairam werd veroordeeld in de proceskosten, die op nihil werden begroot. Ook de vorderingen van Adhin in reconventie werden afgewezen, waarbij eveneens geen proceskosten werden toegekend.
Politieke en maatschappelijke nasleep
Hoewel het vonnis geen vaststelling bevat van strafbare feiten of schuld aan corruptie, speelt het document nu opnieuw een rol in het politieke debat. Rashied Doekhie stelt dat het verlies van het kort geding, in combinatie met andere vermeende corruptiegerelateerde kwesties, voldoende reden is om te twijfelen aan de geschiktheid van Jairam voor een diplomatieke functie in India.
De hernieuwde aandacht voor het vonnis legt niet alleen interne spanningen binnen de NDP bloot, maar roept ook bredere vragen op over integriteit, transparantie en de criteria die gelden bij benoemingen in buitenlandse functies.
PDF: https://chronostimes.com/wp-content/uploads/2026/01/DOC-20250604-WA0007-1.pdf
