Nicolás Maduro staat sinds 2013 aan de macht in Venezuela, nadat hij Hugo Chávez opvolgde. Zijn presidentschap is vanaf het begin betwist en zowel binnen Venezuela als internationaal wordt zijn legitimiteit ernstig in twijfel getrokken. Analyse van de verkiezingen van 2018 en 2024, de massale migratie en recente internationale gebeurtenissen laat zien dat Maduro vooral aan de macht bleef door controverse, repressie en verkiezingsmanipulatie, niet door een democratisch mandaat.
In 2018 werd Maduro herkozen met 67,7 % van de stemmen, volgens de door hem gecontroleerde Kiesraad (CNE). De opkomst was echter historisch laag: slechts 46 % van de geregistreerde kiezers nam deel, terwijl de belangrijkste oppositiecoalitie, de Democratische Unie (MUD), de verkiezing grotendeels boycotte. Veel prominente tegenkandidaten mochten niet deelnemen, werden verbannen of gevangen gezet. Oppositiekandidaat Henri Falcón erkende de uitslag niet en noemde de verkiezing illegitiem. Ook de internationale gemeenschap was kritisch: de Verenigde Staten, de Europese Unie en de Lima-groep erkenden de verkiezing niet als vrij of eerlijk, en wezen op stemmanipulatie, onderdrukking van oppositieleiders en het ontbreken van onafhankelijke waarnemers. Zelfs Maduro’s eedaflegging voor de door hem gecontroleerde Constituerende Vergadering in plaats van de Nationale Assemblee werd als grondwettelijk problematisch gezien.
Onder zijn beleid verslechterde de economie drastisch. Hyperinflatie, tekorten aan voedsel en medicijnen en economische stagnatie maakten het leven voor miljoenen Venezolanen vrijwel onmogelijk. De migratie begon aanvankelijk in kleine aantallen, maar versnelde vanaf 2017–2018 toen de crisis erger werd en de repressie tegen de oppositie toenam. Miljoenen Venezolanen zochten veiligheid in buurlanden zoals Colombia, Brazilië, Peru en Ecuador, maar ook in het Caribisch gebied en Noord-Amerika. Inmiddels hebben meer dan 7 miljoen Venezolanen het land verlaten, wat een van de grootste migratiegolven in Zuid-Amerika vormt. Demonstraties en journalistieke activiteiten werden hard onderdrukt, waardoor vrijheid van meningsuiting en politieke participatie ernstig werden beperkt.
In 2024 zette Maduro deze controversiële lijn voort. Hij werd opnieuw uitgeroepen tot winnaar van de presidentsverkiezingen met ongeveer 51,95 % van de stemmen volgens de door hem gecontroleerde Kiesraad. De uitslag kon echter opnieuw niet onafhankelijk worden geverifieerd. De oppositie claimde dat Edmundo González de echte winnaar was met naar eigen tellingen 67 % van de stemmen en publiceerde online meer dan 80 % van de stembureaugegevens, die de officiële Kiesraad weigerde vrij te geven. Internationale waarnemers konden de verkiezing niet controleren, en landen zoals de Verenigde Staten en de Europese Unie erkenden de uitkomst niet. Oppositieleider González sprak van een coup tegen de democratie. Ondertussen bleef de Venezolaanse economie instorten en trok de massale migratie van burgers verder aan.
Hoewel Maduro jarenlang “president” werd genoemd, kan men stellen dat hij sinds 2018 geen legitiem gekozen leider van Venezuela is geweest. Zijn macht berustte op controle over staatsapparaten, repressie van de oppositie en verkiezingsmanipulatie, en niet op de vrije wil van het volk.
