De econoom Winston Ramautarsing heeft zich de afgelopen maanden nadrukkelijk uitgesproken over het beleid van de regering Simons. Volgens hem is er weinig sprake van een echte koerswijziging, ondanks beloften van vernieuwing en systeemverandering. In een gesprek met Radio Awaaz licht hij zijn visie toe en geeft hij een kritische analyse van zowel de politieke als economische situatie in Suriname.
Op monetair en financieel-economisch gebied ziet hij geen verschil met de vorige regering. Sterker nog, de huidige regering is nog meer gaan lenen. Het beleid is nog duisterder: waar de vorige regering enige transparantie had door controle van het IMF, ontbreekt bij de huidige volledig elke vorm van controle. De leningen zijn nog steeds niet goed uitgelegd aan de samenleving, waardoor het bestuurlijk slechter wordt. In sommige opzichten is het beleid dus slechter dan dat van de vorige regering.
Volgens Ramautarsing denkt deze regering zichzelf uit de crisis te kunnen lenen, iets wat eerder in 2016 onder Hoefdraad ook gebeurde. Ze herhalen gewoon het lenen en kijken later hoe ze terugbetalen. Het geluk van de regering is dat er waarschijnlijk over drie jaar extra geld uit olie en gas beschikbaar zal zijn om af te lossen, maar dat is nog geen goed beleid. Tot de dag van vandaag is er geen transparantie over de USD 1,6 miljard. Er wordt alleen gezegd dat de twee leningen van Opperheimer zijn afgelost, maar dat is samen nog geen miljard.
Het OMO-beleid heeft volgens hem 9 miljard extra aan SRD gecreëerd door obligaties, maar de regering blijft doorgaan met dit beleid met hoge rente. De interventies op de valutamarkt zijn slecht en ondoorzichtig. De koers wordt kunstmatig laag gehouden en leningen worden gebruikt om consumptie te dekken, wat op de lange termijn de economie kan verstoren.
Daarnaast benadrukt hij dat er veel verspilling plaatsvindt in de begroting. Zo geeft de regering miljoenen aan subsidies uit, bijvoorbeeld voor het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij, bij SLOC Commewijne, FAI N.V., Melkcentrale, Alliance en Patamaka. Sommige van deze stichtingen bestaan niet, terwijl andere commerciële bedrijven zijn. Hij wijst erop dat partijloyalisten zijn aangesteld in commissies en raden van commissarissen die dat geld willen gebruiken. Met gemak kan 10 tot 15 procent van de begroting worden bespaard, wat besteed zou moeten worden aan essentiële sectoren zoals gezondheid en onderwijs.
Concluderend stelt Ramautarsing dat de regering Simons nog geen echte verandering laat zien. Het systeem blijft lenen, verspilling wordt getolereerd en prioriteiten worden verkeerd gesteld. Zonder concrete maatregelen en een echte koerswijziging zal de bevolking weinig profiteren van de beloofde vernieuwing.
