De Staat is door de kantonrechter veroordeeld tot het uitbetalen van achterstallige salarissen aan 52 werknemers van het ministerie van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening (OWRO). De dienstbetrekking van de werknemers werd eind juli vorig jaar stopgezet door de nieuwe minister, Stephen Tsang, terwijl zij wel werkzaamheden hadden verricht maar daarvoor geen salaris ontvingen.
Volgens advocaat Raveena Ghogli, die de 52 werknemers bijstaat, is er sprake van een rechtsgeldige dienstbetrekking tussen de Staat en de werknemers. De kantonrechter oordeelde dat deze dienstbetrekking blijkt uit onder meer de uitgegeven werkgeversverklaringen en SZF-medische kaarten. Daarmee is volgens de rechter sprake geweest van opgewekt vertrouwen vanuit de Staat dat de werknemers daadwerkelijk in dienst waren. Dit vertelde Ghogli in een gesprek met radio ABC.
De advocaat heeft inmiddels een sommatiebrief gestuurd aan minister Tsang met het verzoek het vonnis uit te voeren. Zij stelde een termijn van zeven dagen voor de uitbetaling van de achterstallige lonen. De minister verwees de zaak echter door naar de administratieve afdeling, en ondanks dit contact is er tot op heden geen betaling verricht. De gestelde termijn van zeven dagen is inmiddels verstreken.
De minister heeft aangegeven bereid te zijn het achterstallige loon uit te betalen, maar weigert medewerking te verlenen aan hervatting van de werkzaamheden door de werknemers. Daarbij verwijst hij opnieuw naar het eerdere standpunt van de Staat dat er geen sprake zou zijn van een rechtsgeldige dienstbetrekking. De kantonrechter heeft echter expliciet vastgesteld dat wél sprake is van een rechtsgeldige dienstbetrekking. Ook is een wettelijke rente van 6 procent per jaar over de achterstallige lonen toegewezen.
Volgens de advocaat is wachten geen optie. Zij geeft aan dat ze niet een jaar of meerdere jaren zal afwachten, ondanks de wettelijke rente. De termijn is verstreken, waardoor executiemaatregelen tegen de Staat onvermijdelijk zijn, waaronder beslaglegging.
De 52 werknemers traden in mei 2025 in dienst bij OWRO vanwege een grote behoefte aan onderhoudswerkzaamheden. Zij hebben daadwerkelijk werkzaamheden verricht, onder meer tijdens de inauguratie van de president. Eind juli 2025 werd hun dienstbetrekking door de nieuwe minister beëindigd. Volgens de minister zou sprake zijn geweest van een omissie in het aantrekproces, maar dit is volgens de advocaat door de Staat niet bewezen. De werknemers stellen dat er sprake is geweest van politieke rancune.
Bron: Radio ABC
