De strafzaak tegen Ashwin Adhin is door het Hof van Justitie definitief afgesloten. Het Openbaar Ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard en Adhin kreeg een directe schadevergoeding van SRD 403.000 toegewezen. In een aparte civiele procedure kan hij daarnaast vorderen dat de Staat Suriname verdere vergoeding betaalt voor immateriële schade.
De zaak begon in november 2020, toen Adhin werd aangehouden op verdenking van onder meer uitlokking tot valsheid in geschrifte, verduistering en vernieling. Na negen dagen verklaarde de rechter-commissaris zijn detentie onrechtmatig.
In november 2023 volgde in eerste aanleg een volledige vrijspraak. De rechter stelde toen vast dat er géén strafbare feiten waren gepleegd. Het Openbaar Ministerie tekende hoger beroep aan, maar ook dit werd afgewezen. Begin februari 2025 werd het OM definitief niet-ontvankelijk verklaard, waarmee de vervolging formeel stopgezet werd.
De toegekende schadevergoeding van SRD 403.000 dekt de periode van onterecht gevangenschap, gemaakte proceskosten en materiële schade. Voor immateriële gevolgen, zoals reputatie- en psychische schade, verwijst het Hof de zaak naar de civiele rechter, die apart zal beoordelen of verdere vergoeding nodig is.
De zaak heeft geleid tot materiële verliezen en aanzienlijke reputatieschade voor Adhin, mede gezien zijn functie als voormalig vicepresident en voorzitter van De Nationale Assemblee. Het Hof stelde vast dat het Openbaar Ministerie willekeurig heeft gehandeld, waarmee fundamentele rechtsstatelijke principes, zoals de grenzen van vervolgingsbevoegdheid en zorgvuldige belangenafweging, zijn geraakt.
De uitspraak bevestigt dat er geen strafbare feiten zijn gepleegd en dat de vervolging onrechtmatig was. De toegekende schadevergoeding erkent het onrecht en biedt herstel, een recht dat iedere burger kan inroepen. De feiten spreken voor zich, en de rechtsstaat is gehandhaafd.
