Farsi Khudabux, general manager van Baitali Group, zegt dat zijn bedrijf blijft aandringen op de uitvoering van het rechterlijk vonnis over het herasfalteringsproject van de Van ’t Hogerhuysstraat. Baitali nam destijds deel aan de aanbesteding voor het project en was de laagste inschrijver die technisch aan alle eisen voldeed. Ook de rechter bevestigde dat Baitali aan alle criteria voldeed, waardoor het werk volgens het bedrijf aan hen toekomt.
Het ministerie van Openbare Werken besloot echter anders en Baitali werd onterecht gediskwalificeerd. De reden daarvoor laat Khudabux in het midden, maar volgens hem ligt er werk aan de winkel voor het ministerie om te onderzoeken hoe het zover heeft kunnen komen. Nadat diverse vormen van protest geen resultaat opleverden, spande Baitali een rechtszaak aan tegen de staat Suriname. In juli 2025 werd in deze zaak door de rechter een vonnis geveld in het voordeel van Baitali, waarbij de staat werd verplicht het vonnis correct uit te voeren.
Volgens de general manager moet de staat als hoeder van de rechtsorde het goede voorbeeld geven, maar is dat in dit geval uitgebleven. Het bedrijf noemt het teleurstellend dat zes maanden na het vonnis nog steeds geen correcte uitvoering heeft plaatsgevonden en waarschuwt dat het vertrouwen in de rechtsorde wordt ondermijnd wanneer men niet meer kan terugvallen op een rechterlijk vonnis.
Baitali heeft inmiddels een vordering ingediend bij de rechter om de dwangsom voor de uitvoering van het vonnis te verhogen. Volgens het bedrijf gaat het hierbij niet om een nieuwe rechtszaak. De staat heeft volgens Baitali voldoende tijd gehad om uitvoering te geven aan het vonnis, maar zes maanden na de uitspraak duurt dit te lang en is er nog steeds geen correcte uitvoering.
