Een hooggeplaatste delegatie van het Caribbean Court of Justice (CCJ) heeft van 20 tot en met 24 januari 2026 een officieel bezoek gebracht aan Suriname, in het kader van gesprekken over een mogelijke toetreding van het land tot de Appellate Jurisdiction van het CCJ. Het bezoek vond plaats op uitnodiging van president van het Hof van Justitie van Suriname, rechter Iwan Rasoelbaks.
De delegatie bestond onder meer uit CCJ-president rechter Winston Anderson, CCJ-rechter Peter Jamadar, voormalig CCJ-president Sir Dennis Byron en griffier en Chief Marshal Gabrielle Figaro-Jones. Tijdens het bezoek gingen zij in gesprek met leden van de Surinaamse rechterlijke macht, parlementariërs en andere belangrijke stakeholders.
Een belangrijk onderdeel van het programma was het Congres over de Modernisering van de Rechterlijke Macht, dat op 22 januari 2026 werd gehouden in het Torarica Resort te Paramaribo. Tijdens dit congres werden presentaties verzorgd over het functioneren, de effectiviteit en de institutionele structuur van het CCJ, evenals over de mogelijkheden en implicaties van toetreding van Suriname tot het hoogste beroepsorgaan van het Hof.
In zijn toespraak benadrukte CCJ-president Anderson dat toetreding tot de Appellate Jurisdiction van het CCJ de soevereiniteit en onafhankelijkheid van Suriname verder zou versterken. Volgens hem zou het ook bijdragen aan sterkere Caricom-instituties en aan de verrijking van de regionale jurisprudentie. Hij wees erop dat Suriname, in tegenstelling tot de meeste Caricom-lidstaten met een common law-traditie, een civielrechtelijk systeem kent.
Om hierop in te spelen, presenteerde Anderson een voorstel voor de instelling van een aparte Civiele Kamer binnen het CCJ, die zich specifiek zou bezighouden met hoger beroep uit Suriname. Deze Kamer zou bestaan uit rechters met aantoonbare expertise in het civiele recht. Daarnaast zouden procedures volledig worden gevoerd volgens civielrechtelijke tradities. Procesregels zouden in het Nederlands worden opgesteld en alle stukken, bewijsmaterialen en correspondentie zouden eveneens in het Nederlands worden ingediend, passend bij de juridische en taalkundige context van Suriname.
Tijdens het bezoek bracht de CCJ-delegatie ook een beleefdheidsbezoek aan president Jennifer Geerlings-Simons van de Republiek Suriname. De gesprekken richtten zich op de modernisering van de Surinaamse rechterlijke macht en de rol die het CCJ kan spelen bij gerechtelijke hervormingen en regionale integratie.
Het CCJ gaf aan uit te kijken naar verdere samenwerking met Suriname, terwijl het land doorgaat met de modernisering van zijn rechterlijke instituties. Dit past binnen het mandaat van het Hof om de toegang tot rechtspraak, regionale integratie en de rechtsstaat binnen het Caribisch gebied te bevorderen.
