De Executive Board van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft op 28 januari 2026 de Artikel IV-consultatie 2025 met Suriname afgerond. Hoewel het Fonds erkent dat Suriname eerder belangrijke stappen heeft gezet richting macro-economische stabiliteit, stelt het vast dat fiscale en monetaire ontsporingen in 2025 deze vooruitgang grotendeels hebben ondermijnd.
Volgens het IMF is de economische groei aan het afzwakken, voornamelijk door een terugval in de goudproductie. De ontsporingen hebben geleid tot het slinken van kasbuffers, een verzwakking van de wisselkoers en een hernieuwde stijging van de inflatie tot dubbele cijfers. De bruto overheidsschuld wordt geschat op 106 procent van het bruto binnenlands product (BBP), vooral als gevolg van een geslaagde schuldbeheeroperatie. Daarnaast wordt het tekort op de lopende rekening geraamd op meer dan 30 procent van het BBP, voornamelijk door investeringsimporten voor offshore-olievelden die grotendeels via buitenlandse directe investeringen worden gefinancierd.
Het IMF verwacht dat de groei buiten de natuurlijke hulpbronnen in 2026 zal uitkomen op 4,7 procent, gedragen door positief sentiment rond de olie-ontwikkeling. Tot en met 2028 wordt een economische groei van rond de 4 procent voorzien, waarna de start van offshore-olieproductie naar verwachting zal zorgen voor een uitzonderlijke groeiversnelling tot circa 30 procent. Tegelijkertijd waarschuwt het Fonds dat aanhoudende beleidsafwijkingen een aanzienlijk risico vormen voor de macro-economische stabiliteit.
De IMF-directeuren benadrukken dat Suriname zich op een kritisch kantelpunt bevindt nu het land de overgang maakt naar grootschalige olieproductie. Zij roepen op tot een hernieuwde inzet voor geloofwaardig en prudent economisch beleid, versterking van instituties en verbeterd bestuur. Met name het herstellen van het begrotingsevenwicht en het behalen van doelstellingen voor de geldhoeveelheid zijn volgens het IMF noodzakelijk om wisselkoers- en inflatiedruk te beperken en buffers opnieuw op te bouwen.
Voor 2026 acht het IMF een aanzienlijke begrotingsaanpassing noodzakelijk. Daarbij wordt gepleit voor het verhogen van het primair overschot, terwijl investeringen in menselijk kapitaal beschermd blijven. Concreet noemt het Fonds het hervatten van afbouw van elektriciteitssubsidies, het beheersen van de loonmassa, het verbreden van de belastinggrondslag en het verbeteren van de belastinginning via digitalisering.
Verder benadrukt het IMF het belang van sterke instituties voor het verantwoord beheren van toekomstige olie-inkomsten. De volledige en tijdige uitvoering van de recent aangenomen wetgeving op het gebied van public financial management en het Sovereign Wealth Fund wordt als cruciaal gezien voor transparant beheer van minerale inkomsten.
Ook op monetair gebied dringt het Fonds aan op een duidelijke focus op prijsstabiliteit, het terugbrengen van de reservegeldhoeveelheid naar de doelstellingen en het beperken van valutainterventies tot situaties van duidelijke marktverstoring. Daarnaast wordt gewezen op de noodzaak om de veerkracht van de financiële sector te versterken en het toezicht op banken en niet-bancaire financiële instellingen op te voeren.
Tot slot onderstrepen de IMF-directeuren dat governance-hervormingen essentieel zijn om olie-inkomsten transparant te kanaliseren. Zij pleiten onder meer voor aanpassing van de anti-corruptiewet, operationalisering van de aanbestedingswet, versterking van het AML/CFT-kader, beter toezicht op staatsbedrijven en verbeterde dataverzameling.
Het IMF kijkt uit naar voortgezette samenwerking met Suriname in het kader van de Post Financing Assessment, waarbij de volgende Artikel IV-consultatie volgens de gebruikelijke cyclus over twaalf maanden wordt verwacht.
Bron: Internationaal Monetair Fonds (IMF), Article IV Consultation with Suriname 2025, 28 januari 2026.
