De kantonrechter in het Eerste Kanton heeft de Staat Suriname, in het bijzonder het ministerie van Openbare Werken & Ruimtelijke Ordening (OWRO), veroordeeld tot betaling van achterstallig loon aan 52 werknemers, allen lid van de Bond Personeel Openbaar Groen en Afvalbeheer (BPOGA).
De 52 werknemers spanden het kort geding aan omdat zij hun salaris over juli 2025 niet hadden ontvangen en hun dienstverband was stopgezet, ondanks dat zij bereid en beschikbaar waren hun werkzaamheden uit te voeren. Het vonnis, uitgesproken op 18 december 2025 (CIVAR nr. 202503609), is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De rechter stelde vast dat er sprake was van een rechtsgeldige dienstbetrekking en verplichtte de Staat tot betaling van:
• SRD 10.847,- per werknemer over de maand juli 2025, verhoogd met 6% wettelijke rente per jaar vanaf 16 september 2025 tot de dag van volledige betaling.
• Proceskosten begroot op SRD 10.680,-, waaronder SRD 7.500,- aan salaris voor de gemachtigden. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Volgens de BPOGA had de procesgemachtigde van de Staat tijdens de procedure toegezegd dat de lonen zouden worden uitbetaald, maar deze toezegging is tot op heden niet nagekomen.
Advocaat mr. R.C. Ghogli, namens de werknemers, heeft de minister van OWRO opnieuw gesommeerd om onverwijld het toegewezen loon inclusief wettelijke rente uit te betalen en de dienstbetrekking daadwerkelijk te effectueren, zodat de werknemers hun werkzaamheden kunnen hervatten.
De bond benadrukt dat haar leden bereid en beschikbaar zijn om te werken, en dat het uitblijven van werkhervatting uitsluitend te wijten is aan de werkgever. Indien de Staat niet tijdig en volledig aan het vonnis voldoet, behouden de werknemers en hun bond zich het recht voor om zonder nadere aankondiging executiemaatregelen te treffen, waaronder de tenuitvoerlegging van het vonnis, geheel voor rekening en risico van de Staat Suriname.
