Na het zien van videobeelden waarin een vrouw aan de Maagdenstraat door een dak- en thuisloze met een kapotte fles in het gezicht werd verwond, rijst de vraag hoe veilig onze binnenstad nog is. Dagelijks lopen veel burgers en ook kinderen in de binnenstad.
Het zwerversprobleem, ook wel dak- en thuislozen genoemd, speelt al jaren in Suriname. In het verleden is het vaker voorgekomen dat vermoedelijk dak- en thuislozen brand hebben gesticht in verlaten panden in de binnenstad, waar zij ’s avonds verblijven, met alle ellendige gevolgen van dien.
Ook bij parkeren ervaren burgers last van deze dak- en thuislozen. Personen die zich voordoen als parkeerwachters eisen geld, en wanneer dat niet wordt gegeven, volgen scheldpartijen of zelfs het gooien van stenen naar voertuigen.
Maar het probleem lijkt zich nu ook direct tegen burgers te keren. Het incident waarbij een vrouw op straat is aangevallen door een dak- en thuisloze, laat zien dat de situatie escaleert en niet langer alleen gaat om overlast. Deze groep vormt een gevaar voor burgers op straat, waardoor men zich niet meer veilig voelt.
Dit gedrag kan voortkomen uit psychische problemen of stoornissen, maar mag geen gevaar vormen voor anderen. Deze groep moet de nodige begeleiding krijgen en er moet worden voorzien in speciale opvang.
De minister van Justitie en Politie heeft inmiddels een veiligheidszone aangekondigd in de binnenstad. Maar hoe zal die veiligheid in de praktijk worden gewaarborgd? Hoe wordt controle uitgeoefend op alle plekken tegelijk, terwijl dak- en thuislozen zich nog steeds verspreid over de stad bevinden?
De focus van veiligheid is niet langer alleen gericht op criminelen, maar nu ook op dak- en thuislozen.
De vraag blijft dan ook: hoe veilig is de binnenstad nog voor burgers, maar ook voor toeristen, zeker als we in deze sector willen investeren? Wanneer wordt deze groep uit de binnenstad gehaald? Wanneer wordt voorzien in de nodige opvang en begeleiding voor deze groep?
