Minister André Misiekaba heeft op vrijdag 23 januari 2026 het nieuwe stichtingsbestuur van ’s Lands Hospitaal geïnstalleerd. Het bestuur bestaat uit voorzitter H. Leeflang, dhr. Q.L. Yorks, mw. A.A. Gopalrai, mw. R.D. Amiemba, mw. V.J.S. Amautan, dhr. R. Kartopawiro en dhr. I. Edam. De bewindsman, die leiding heeft over het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid (VWA), gaf het bestuur de duidelijke opdracht om de kwaliteit van de zorg in het tweede grootste ziekenhuis van Suriname verder te versterken en modernisering door te voeren.
De installatie van het zevenkoppige bestuur volgt op een zorgvuldig juridisch traject. Minister Misiekaba had aanvankelijk een directe nieuwe start voor ogen, maar koos op advies van juristen voor een gefaseerde overdracht. Het nieuwe bestuur maakt eerst de lopende termijn van het vorige bestuur tot mei 2026 af, waarna een automatische verlenging van drie jaar volgt. Volgens de minister waarborgt deze constructie de continuïteit en een ordentelijke bestuurlijke overgang.
Met de invoering van het nieuwe Burgerlijk Wetboek (BW) rusten er extra zware verantwoordelijkheden op de schouders van de bestuursleden. Minister Misiekaba benadrukte dat de verhouding met de directie strikt zakelijk moet blijven en zei dat de directie niet hun “mati” is, maar dat het bestuur de baas is. Hij voegde eraan toe dat zij toezicht moeten houden op het beheer van gemeenschapsgoederen en aan de bel moeten trekken zodra er zaken over de schreef gaan.
Voorzitter Leeflang, die geen onbekende is in de sector en een achtergrond heeft in de luchtvaart, waar zij zich jarenlang richtte op medische protocollen en COVID-ondersteuning, gaf aan direct aan de slag te gaan met het strategisch plan van de overheid. Ze verklaarde dat het hospitaal de afgelopen tijd fysiek sterk vooruit is gegaan en dat zij dit nu naar een nog grotere hoogte wil optrekken, samen met de artsen en het verplegend personeel.
Het ministerie blijft het ziekenhuis ondersteunen in dit proces, waarbij de focus ligt op efficiënt beheer van de krappe middelen om de zorg voor de samenleving optimaal te houden.
