In verband met de herdenking van de dag van 25 februari 1980 sprak Chronos TV met luitenant-kolonel buitendienst Laurens Eduard Neede, die ook betrokken was toen. Hij vertelde dat de machtsovername van 25 februari 1980 was ontstaan onder druk van de omstandigheden van die tijd.
Neede legde uit dat bij de onafhankelijkheid van Suriname werd gevraagd om een eigen leger te hebben. Toen had men de Troepenmacht in Suriname (TRIS). Volgens hem was de TRIS omgebouwd met militairen die uit Nederland kwamen en mensen die in Suriname waren gerekruteerd. Hij vertelde dat in alle spoed, met zeer beperkte mogelijkheden en middelen, oud materieel en weinig manschappen, de Surinaamse Krijgsmacht (SKM) op 25 november 1975 was ontstaan.
Hij gaf aan dat de militairen die uit Nederland kwamen zwaar teleurgesteld waren, omdat wat ze aantroffen niet was wat ze hadden verwacht en niet in overeenstemming was met de gemaakte afspraken met zowel de Nederlandse als de Surinaamse regering. Volgens Neede kwam zo de machtsovername van de jaren ’80 tot stand.
Neede merkte op dat er veel ontwikkelingen waren geweest, zelfs negatieve en pijnlijke in dit kader, maar ook enorm blijvende en fundamentele veranderingen. Hij zei dat de dag van 25 februari 1980 moest worden herinnerd als een zeer belangrijke historische dag in de geschiedenis van Suriname. Volgens hem werd in 1981 een monument opgezet om deze dag jaarlijks te herinneren met alle verworvenheden van de revolutie.
Over de discussie of die dag een vrije dag moet zijn, vertelde Neede dat het voor hem vooral gaat om de leider van de revolutie, wijlen Desiré Delano Bouterse, te gedenken, waardering uit te spreken voor de durf en moed en de wijze waarop hij alles had geleid. Maar meer nog om de idealen waarvoor hij stond voor dit geliefde land Suriname in gedachte te houden en in de praktijk te brengen.
Hij benadrukte dat de revolutionaire gedachte, absolute liefde voor Suriname en inzet voor vooruitgang van individu, gemeenschap en volk, diep bij velen is ingeprent en doorgegeven moet worden aan de jongere generatie: “onder welke omstandigheden dan ook, de revolutionaire gedachten is ingeprent in van velen van ons en dat moet worden uitgebreid omdat we nu precies zitten in de tijd waarop de jongeren het moeten overnemen.”
Hij benadrukte dat deze dag niet vergeten zal worden en zei: “De dag van 25 februari 1980 zal eeuwing in de herinneringen en in het geheugen van de surinaamse mens blijven.”
Laurens Neede speelde een belangrijke rol in de aanloop naar de staatsgreep van 1980. Als sergeant in de Surinaamse Krijgsmacht (SKM) zette hij zich in voor de erkenning van de militaire vakbond Bomika, wat hem in conflict bracht met de regering-Arron. Na de bezetting van de Memre Boekoe-kazerne op 30 januari 1980 werd hij samen met andere sergeanten gearresteerd en beschuldigd van militair oproer. De uitspraak in hun zaak stond gepland voor 26 februari 1980 om 08.15 uur.
Nog vóór die uitspraak vond in de nacht van 24 op 25 februari 1980 de staatsgreep plaats onder leiding van Desi Bouterse. Na de coup werd de regering-Arron naar huis gestuurd, Neede benoemd tot ondervoorzitter van de Nationale Militaire Raad en later onderminister, om vervolgens minister van Leger en Politie te worden. Daarmee groeide hij uit tot een invloedrijke figuur binnen het militaire regime.
Het militaire regime eindigde na de invoering van de grondwet in september 1987, die via een referendum (volksraadpleging) werd goedgekeurd, waarna in november 1987 de algemene verkiezingen plaatsvonden en in januari 1988 de macht officieel werd overgedragen aan een democratisch gekozen regering.
