Het onderzoeksrapport uit de documenten betreffende het verzoek tot “in staat van beschuldiging stelling” van ex-minister Riad Nurmohamed blijkt dat de betalingen aan Pan American Real Estate N.V. (PARE) niet overeenkomen met de uitvoeringsovereenkomst van 2019, waarbij ruim USD 7,5 miljoen mogelijk onterecht is uitgekeerd.
In december 2023 gaf de Officier van Justitie, Mr. R. Gravenbeek, opdracht tot een strafrechtelijk onderzoek naar aanleiding van een anonieme brief aan de Procureur-Generaal, Mr. G. Paragsingh. De melding betrof een mogelijke benadeling van de Staat Suriname ten gunste van PARE, met mogelijke betrokkenheid van de President en de Minister van Openbare Werken (OW).
Op 6 september 2019 sloot het Fonds Woningbouw Lagere Inkomensgroepen (FWLI) een uitvoeringsovereenkomst met PARE. Deze overeenkomst betrof de aanleg van onverharde wegen, nutsvoorzieningen en de bouw van 20 woningen. Artikel 4.2 beschreef de verplichtingen van PARE, zoals aanleg van wegen en waterhuishouding, terwijl artikel 4.3 de verantwoordelijkheden van FWLI/overheid beperkte tot assistentie op verzoek van PARE.
In december 2020 meldde PARE aan President Santokhi dat het bedrijf kosten had voorgeschoten omdat het fonds/overheid onvoldoende bijdroeg aan de infrastructuur. Vervolgens stelde de Minister van OW in februari 2021 voor om de wegen op te nemen in lopende asfalteringsprojecten. Veldopnames door OW in september 2021 gaven een kostenraming van USD 2.537.472,50 voor de wegen.
In maart 2022 stelde PARE dat de overheid volgens hen zorg zou dragen voor infrastructuur in het kader van een PPP-samenwerking en verzocht om een betaling van USD 7.500.000, gebaseerd op de gedane investeringen. De Minister van Financiën concludeerde echter dat de oorspronkelijke overeenkomst een samenwerkingsovereenkomst betrof en geen PPP, en dat er geen grond was om PARE te vergoeden voor dit bedrag.
Latere documenten en regeringsraadsvoorstellen uit 2023 suggereren dat PARE het project volledig had gefinancierd en dat de overheid meer dan 20 woningen zou bouwen. Dit stond echter nergens in de uitvoeringsovereenkomst van 2019 en wordt door het onderzoek als onjuist en in strijd met de werkelijkheid beoordeeld.
Een technisch rapport van februari 2025 concludeerde dat de uitbetaalde bedragen aanzienlijk hoger waren dan de werkelijk geleverde infrastructuur, vooral bij onderhoud en de levering van basecourse voor de wegen. Het directoraat Civieltechnische Werken van OW was niet betrokken bij de beoordeling van facturen of de uitbetaling.
Op basis van het onderzoek blijkt dat de uitbetaling van USD 7.927.151,21 aan PARE niet in lijn was met de uitvoeringsovereenkomst van 2019 en dat er sprake is van een aanzienlijke overschrijding en verkeerde voorstelling van zaken door PARE. In het verhoor van de directeur van het directoraat Civieltechnische Werken van OW gaf hij aan dat zijn directoraat niet betrokken was bij de beoordeling van de ingediende facturen of het uitbetalingsproces. Hij bevestigde dat er een raadsvoorstel vanuit het Ministerie bestond, maar hij daar niet aan meewerkte, omdat het bedrag van USD 7,9 miljoen niet verantwoord zou kunnen worden.
