Het Syndicaat voor Onderwijsgevenden heeft via hun Facebookpagina scherpe kritiek geuit op het beleid van de regering rond loonstructuren binnen de overheid. Volgens de bond blijven leerkrachten opnieuw buiten beeld bij de werkgroepen die zijn ingesteld voor salarisonderhandelingen. Bij de installatie van deze werkgroepen benadrukte minister Misiekaba snelheid en zorgvuldigheid, met het oog op implementatie in 2026. Het Syndicaat stelt echter dat deze urgentie selectief blijkt te zijn en vraagt zich af waarom er geen werkgroep voor het onderwijs is. De bond vraagt zich af of het ministerie van Onderwijs de belangen van leerkrachten niet belangrijk acht, of bewust afzijdig blijft.
Daarnaast stelt het Syndicaat dat de Centrale Landsdienaren Organisaties (CLO) nu pas aangeeft dat de extreem hoge lonen van de rechterlijke macht meegenomen zullen worden in onderhandelingen. Deze buitensporige bezoldigingen zijn volgens de bond al lang bekend, waardoor de vraag rijst of men dit jarenlang bewust heeft genegeerd.
Het bericht wijst ook op de houding van sommige vakbonden die eerder stelden dat loonsverhogingen “nu niet kunnen”. Het Syndicaat vraagt zich af hoe deze bonden vandaag omgaan met de miljoenenlonen aan de top van de drie machten, terwijl er voor leerkrachten en andere essentiële werkers geen verhogingen zijn. Blijkbaar is er wel ruimte voor forse aanpassingen en terugwerkende kracht voor enkelen, maar niet voor de leerkrachten.
Het Syndicaat vindt dat de lidbonden van de COL nu hun stem duidelijk moeten laten horen. Volgens de bond verdraagt de regering aantoonbaar geen echte kritiek en nodigt daarom steeds slechts een select deel van de vakbeweging uit voor onderhandelingen die jarenlang geen structurele resultaten hebben opgeleverd. Leerkrachten zijn volgens het Syndicaat onvoldoende gemobiliseerd, terwijl een massale en directe actie nodig is. Eén doeltreffende actie kan volgens de bond meer effect hebben dan herhaalde, niet-doeltreffende acties.
Het Syndicaat benadrukt dat deelnemen aan dit toneel en achteraf klagen geen zin heeft en stelt dat rechtvaardigheid in beloning geen selectief principe kan zijn.
