Suriname zet verdere stappen richting de digitalisering van het openbaar vervoer. In dat kader heeft minister Raymond Landveld van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) op vrijdag 20 februari 2026 overleg gevoerd met president Jennifer Simons. Tijdens het onderhoud zijn de plannen besproken en zijn verschillende mogelijkheden aangehaald voor een gefaseerde invoering van het project.
Volgens minister Landveld is het gesprek met het staatshoofd positief verlopen en is er inhoudelijk van gedachten gewisseld over het beleid, waarbij duidelijke afstemming is bereikt. Er zijn concrete afspraken gemaakt over het vervolgtraject. Op basis van het voorbereidende werk dat reeds is verricht, zal het ministerie binnen een maand nieuwe plannen presenteren aan de president.
De digitalisering zal stapsgewijs worden uitgevoerd. In de eindfase moet het voor reizigers mogelijk worden om digitaal te betalen, bijvoorbeeld met een digitale kaart of een bankpas. Dat vormt het uiteindelijke doel waarnaar wordt toegewerkt. De eerste stap bestaat uit het opzetten van een centrale digitale database. Er is inmiddels gestart met een systeem dat vastlegt wie welke busvergunning bezit en wat de status daarvan is. Daarmee moet beter overzicht worden verkregen en gerichter worden gestuurd.
Vervolgens zal de digitalisering van bussen en routes plaatsvinden, zodat onder meer subsidies nauwkeuriger kunnen worden gemonitord. Met een dergelijk systeem kan inzichtelijk worden gemaakt hoe bussen rijden, waar de drukte zich bevindt en of routes nog efficiënt zijn ingericht. Dat moet bijdragen aan een beter georganiseerd en efficiënter openbaar vervoerssysteem.
De minister benadrukt dat ook oudere gebruikers worden meegenomen in het traject. In de beginfase blijft de huidige buskaart, die passagiers kunnen aanschaffen, gewoon bestaan. Volgens Landveld kan het volledige digitaliseringsproces, afhankelijk van het uitvoeringstempo, ongeveer vijf jaar in beslag nemen.
