Volgens journalist Ivan Cairo van De Ware Tijd bereikt Suriname telkens weer nieuwe bestuurlijke dieptepunten. Het meest recente voorbeeld is het intrekken van het diplomatieke paspoort van Xaviera Jessurun, een maatregel die minister Melvin Bouva heeft genomen. Bouva beschuldigt zowel Jessurun als voormalig minister Albert Ramdien van handelen in strijd met de regelgeving. Officieel is het besluit genomen omdat Jessurun verdachte is in een strafzaak rond de Surinaamse Luchtvaartmaatschappij (SLM). Voor velen voelt het echter alsof oude politieke rekeningen eindelijk worden vereffend.
Cairo benadrukt dat niemand boven de wet staat, ook Jessurun niet. Maar het wrange van deze maatregel is dat het principe van onschuld tot het tegendeel bewezen, lijkt te worden genegeerd. “Sinds wanneer is ‘verdachte’ een synoniem voor ‘schuldig, dus alvast bestraffen?’”, vraagt hij zich af. In een klassieke rechtstaat onderzoekt het Openbaar Ministerie en velt de rechter een oordeel, een uitgangspunt waar politici graag naar verwijzen – maar blijkbaar alleen wanneer het hen politiek uitkomt.
Het ministerie stelt dat een diplomatiek paspoort misbruikt zou kunnen worden om strafvervolging te ontlopen, een legitiem argument op papier. Maar Cairo wijst erop dat Suriname een lange geschiedenis kent waarin diplomatieke paspoorten royaal werden uitgedeeld, vaak ook aan personen met een dubieuze juridische achtergrond, zonder dat er ooit enige restricties werden toegepast.
Volgens Cairo is het opvallend dat juist nu de morele meetlat wordt gehanteerd, terwijl in het verleden hetzelfde instrument selectief werd ingezet zonder juridische bezwaren. Jessurun was tussen 2010 en 2020 een uitgesproken tegenstander van de regering-Bouterse en nauw verbonden met politieke figuren die tegen diezelfde regering streden. Dat maakt deze zaak verdacht en wekt de indruk van payback‑politiek.
De column van Cairo wijst op de dunne scheidslijn tussen bestuurlijke bevoegdheden en politieke machtsuitoefening. Wanneer neutrale instrumenten zoals een diplomatiek paspoort worden gebruikt om tegenstanders te treffen, is dat volgens hem afrekenpolitiek met een diplomatiek sausje. Zolang die lijn zo gemakkelijk wordt overschreden, blijft de conclusie onvermijdelijk: in Suriname spreekt niet altijd de wet, maar vaak degene die op dat moment aan de knoppen zit.
Wordt er in deze kwestie met twee maten gemeten, omdat het om functionarissen van de vorige regering gaat? Precies hetzelfde is gedaan tijdens de NDP-regering in het verleden, wat aantoont dat het probleem niet nieuw is, maar een terugkerend patroon van selectief gebruik van bevoegdheden in de Surinaamse politiek.
Bron: De Ware Tijd Online
