Het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) werkt aan het uitbreiden van afzetmogelijkheden voor gewassen die in Suriname worden verbouwd. De verwerking van deze gewassen van grondstof tot eindproduct is daarbij een belangrijk beleidspunt dat de komende periode prioriteit krijgt.
Volgens minister Mike Noersalim is het noodzakelijk om de afdeling Landbouwonderzoek en Verwerking te versterken om dit beleidsvoornemen adequaat uit te voeren. Hij geeft aan dat het ministerie goed toegerust moet zijn om deze taken uit te voeren, maar dat in de afgelopen jaren veel deskundig kader is vertrokken. De uitdaging ligt daarom in het behouden van het aanwezige personeel en het versterken van de capaciteit.
Naast menskracht zijn ook voldoende middelen vereist om effectief te kunnen werken. Tegelijkertijd moet er een voortdurende dialoog zijn met de sector, zodat signalen tijdig worden opgevangen en samenwerking wordt bevorderd. In dit kader zijn gesprekken gevoerd met boeren in Nickerie. De minister benadrukt dat het niet gaat om symptoombestrijding, maar om het creëren van de juiste randvoorwaarden, waarbij afzetmogelijkheden en verwerking vooropstaan.
Als voorbeeld noemt Noersalim dat Suriname rijst exporteert, maar tegelijkertijd producten als rijstnoedels en rijstwafels importeert. Hij stelt dat het land moet afstappen van de rol als louter grondstoffenleverancier en ook zelf eindproducten moet produceren. Voedsel blijft altijd noodzakelijk en kennis over voedselproductie en verwerking is volgens hem onmisbaar, zeker met het oog op klimaatverandering.
Ondernemers die willen investeren in de agrosector en rekening houden met deze ontwikkelingen, kunnen onder meer terecht bij het Nationaal Ontwikkelingsfonds Agribusiness (NOFA). Het nieuwe bestuur van NOFA heeft de opdracht gekregen om bij de toekenning van fondsen rekening te houden met een evenwichtige landelijke spreiding. Het is niet de bedoeling dat alleen agro-ondernemers uit bepaalde gebieden in aanmerking komen; er moet sprake zijn van een objectieve beoordeling.
De minister merkt op dat er ondernemers in verschillende districten zijn die eerder niet in aanmerking kwamen voor een NOFA-lening, maar wel degelijk potentie hebben. Volgens hem is dat extra steuntje in de rug vaak doorslaggevend. Kapitaal is een essentiële voorwaarde voor versnelde ontwikkeling van de agrarische sector. Wanneer boeren echter moeten lenen tegen een rente van 18 procent wordt dat moeilijk, terwijl een rentepercentage van 5 tot 7 procent, zoals NOFA hanteert, volgens hem redelijk is.
President Jennifer Simons heeft inmiddels goedkeuring gegeven voor de optopping van het NOFA-fonds. Noersalim spreekt van een integrale aanpak: om de sector te stimuleren is niet alleen financiering nodig, maar ook kennis van de veranderende wereld waarin nieuwe technieken steeds vaker worden toegepast, ook binnen de landbouw. Volgens de minister is er hoop en bereidheid onder de mensen, en waar die wil aanwezig is, ziet hij ook mogelijkheden vooruitgang te boeken.
