President Jennifer Simons is tijdens haar jaarrede bij de Nieuwjaarsreceptie van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES) uitgebreid ingegaan op de overheidsfinanciën en het belang van begrotingsdiscipline. Volgens voorlopige cijfers bedroegen de totale belasting- en niet-belastinginkomsten van de overheid in 2025 circa SRD 45,6 miljard, een stijging van 15 procent ten opzichte van 2024.
Deze groei is volgens het staatshoofd geen toeval, maar het resultaat van betere heffing, inning en sanering in het laatste kwartaal. De uitdaging ligt daarom niet in het verhogen van tarieven, maar in het verbreden en versterken van de belastingbasis.
Macro-economische stabiliteit en voorwaarden voor groei
Tegenover de hogere inkomsten staan fors gestegen uitgaven. Voor 2026 en daarna moet het uitgavenbeleid volgens de president gericht zijn op macro-economische stabiliteit en het scheppen van voorwaarden voor groei.
“Geen blinde bezuinigingen, maar scherpe keuzes, waarbij productieve investeringen voortgang moeten vinden”, stelde zij.
Onderwijs en gezondheidszorg zullen worden beschermd, terwijl inefficiënte programma’s worden afgebouwd. Daarnaast moet versnippering worden verminderd en zullen staatsbedrijven beter worden gecontroleerd en stapsgewijs worden hervormd.
Schulden en financieringsdiscipline
Over het verantwoord beheer van bestaande schulden deelde de president mee dat de centrale overheidsschuld per eind november 2025 ongeveer SRD 188 miljard, of 128,7% van het BBP, bedroeg. Deze kwetsbare positie vraagt om discipline.
In 2025 is ingezet op herfinanciering van bestaande verplichtingen met langere looptijden, wat vooral tijd heeft gekocht.
“Die tijd mag niet worden verward met ruimte voor extra consumptieve uitgaven: zij moet worden benut voor hervormingen, die groei mogelijk maken.”
Efficiënt gebruik van gecommitteerde middelen
Volgens president Simons moet de regering een macro-economisch beleid voeren waarin inkomstenversterking, uitgavenbeheersing en financieringsdiscipline onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.
“Wij moeten efficiënt en doelgericht gebruik maken van reeds gecommitteerde middelen. Dat betekent waar nodig nieuwe prioriteiten stellen binnen lopende programma’s, betere koppeling maken tussen leningen en concrete investeringsprojecten en strakke monitoring van kasstromen en projectuitvoering”, aldus het staatshoofd.
